Dominicaans leven

2002/2


Terug



Dominique Pire, Nobelprijswinnaar

De dominicanen van het klooster in het Waals-Brabantse Rixensart hebben zich een nieuwe naam gegeven. Ze noemen zich voortaan Communauté Dominique Pire. Waarschijnlijk zal die naam de meeste Vlamingen niets zeggen, maar als er een verband gelegd wordt met de Vredeseilanden zal er misschien een lichtje beginnen te knipperen. De Derde-Wereldorganisatie Vredeseilanden is gesticht door de Waalse dominicaan Georges Dominique Pire. Hij was volbloed Waal, geboren te Dinant in 1910. Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, vlucht het gezin Pire naar Frankrijk. Vader Pire heeft er vier jaar gewerkt als onderwijzer in een dorpsschool. Na de terugkeer naar Dinant vatte Georges in 1921 zijn secundaire studies aan. Over de bekroning van die studies schreef hij later: "De leerling van mijn klas die als eerste eindigde werd jezuïet, de tweede is magister in de theologie en professor aan het seminarie geworden, de derde werd dominicaan. Zo kan ik nog even doorgaan: pastoor, kapucijn, Witte Pater, enz. Want van de 26 jongens met wie ik mijn studies afsloot zijn er 14 naar het seminarie of het klooster gegaan." Het waren toen voor de Kerk nog gouden tijden.

De jonge Pire trok eerst naar het seminarie. Maar bij voelde zich daar niet op zijn plaats. Eén jaar hield hij het daar uit. Toen trad hij in La Sarte, vlakbij Hoei, in bij de dominicanen en kreeg hij de naam Dominique. Bij hen heeft hij gevonden wat hij zocht. Hij drukte het zo uit: "De dominicanes zuster Cecilia, die Dominicus goed gekend heeft, zei van hem: zijn godsdienst draagt een glimlach en er gaat een goede geur van uit. Zo was het in de kloostergemeenschap van La Sarte."

Het moet zijn oversten opgevallen zijn dat hij graag en goed studeerde. Ze stuurden hem naar Rome om zich verder te bekwamen in de theologie en, na zijn priesterwijding, naar de Leuvense universiteit voor de studie van politieke en sociale wetenschappen. Eenmaal zijn studies voltooid, kreeg hij een leeropdracht van moraalfilosofie en sociologie in het studiehuis van de dominicanen. Maar zijn loopbaan van professor is van zeer korte duur geweest. Ze werd afgebroken door de Tweede Wereldoorlog. Pater Pire engageerde zich in het verzet tegen de Duitsers, maar als priester: aalmoezenier van Belgische geheim leger.

Een Waalse spekpater

Na de oorlog, toen hij de verantwoordelijkheid voor de dominicaanse parochie van La Sarte had gekregen, heeft pater Pire zijn ware roeping ontdekt. Hij ontdekte nl. het immense probleem van de vluchtelingen, de displaced persons, zoals ze toen officieel werden genoemd: personen en gezinnen die tijdens of na de oorlog uit het land of de streek waar ze woonden waren verdreven of gevlucht. Het probleem raakte hem des te dieper omdat hij het zelf als kind tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de lijve had ondervonden.

In 1949, twee jaar na de spekpater, de norbertijn Werenfried Van Straaten, lanceerde pater Pire zijn groots opgezette campagne ten bate van deze vluchtelingen; lezingen in heel Franstalig België, boodschappen over de radio, artikels in de kranten. Het verschil met de spekpater en zijn actie voor Oostpriesterhulp was, dat hij zijn actie een meer maatschappelijke en politieke stempel gaf. Hij noemde ze 'l'Europe du coeur'. Het doel van de vereniging was, aldus artikel 3 van haar statuten, "staatloze vluchtelingen, ongeacht hun nationale afkomst of godsdienst, materiële en morele steun in welke worm ook verlenen, vooral door bijstand bij het zoeken naar sponsors en in de vorm van verzorgingstehuizen en Europese dorpen. Zo wil de vereniging een keten van goeddoende krachten rond de ontheemde vluchtelingen smeden: een Europa van het hart." De eerste zorg van pater Pire ging naar de bejaarde vluchtelingen. In 1954 had hij vier tehuizen voor hen gesticht. Van 1956 tot 1962 stichtte hij zeven 'Europese dorpen' voor vluchtelingen en mobiliseerde hij duizenden mensen om deze projecten leefbaar te maken.

Vandaag bestaat nog steeds de Belgische vereniging 'Hulpverlening aan ontheemden'. Ze heeft een huis in Hoei, Luik, Bergen en 's Gravenbrakel en trekt zich het lot aan van vluchtelingen en asielzoekers in België. Haar sociale dienst zorgt voor hulp en begeleiding van deze mensen, opdat ze "hun stem kunnen laten horen, hun menselijke waardigheid kunnen doen respecteren en, als ze officiële erkenning krijgen, hun plaats vinden in de Belgische samenleving". Dit laatste probeert ze o.m. te bevorderen door de organisatie van taallessen.

Nobelprijs voor de vrede

Dominique Pire was een begaafd redenaar en predikant. Hij combineerde dit met de gaven van een diplomaat. Hij verstond de kunst om zich toegang te verschaffen tot de hogere kringen, o.m. het Belgische koninklijk hof, en bij invloedrijke personen zijn zaak te bepleiten.
Dit heeft zeker meegespeeld in de beslissing van het Nobelprijscomité om hem in 1958 de prijs voor de vrede toe te kennen. Zelf schreef hij daarover: "De geschiedenis van mijn Nobelprijs is zeer simpel. In oktober 1956 was ik ziek. Ik werd verzorgd door mijn ouders in Dinant. De Hongaarse opstand brak uit, en enkele dagen later stroomden de eerste vluchtelingen toe, met name ook in Hoei. Ik schaamde me dat ik ziek was. Ik wilde er me niet bij neerleggen dat ik niets kon doen, maar er was geen geld. En dan ben ik brieven gaan schrijven naar de belangrijke stichtingen op wereldvlak: de Ford Foundation, de Rockefeller Foundation en ook de Nobel Stichting. De antwoorden waren zonder meer negatief. De Nobel Stichting schreef dat ze voor mijn doel over geen middelen beschikte, maar dat haar fonds o.m. bestemd was om een werk in dienst van de vrede te belonen. Een van mijn vrienden aan wie ik de brief liet lezen, de toenmalige voorzitter van de Raad van Europa Fernand Dehousse, reageerde: 'Kom, laten we onze kans maar wagen.' En het is gelukt."

Dat de keuze van het comité naar pater Pire ging en bv. niet naar de spekpater, heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat zijn 'Europa van het hart' zich niet als een uitgesproken katholieke of kerkelijke actie presenteerde. In zijn toespraak bij de aanvaarding van de Nobelprijs heeft pater Pire daar enkele keren allusie op gemaakt. Hij citeerde een Noorse hogere ambtenaar: "Wij kunnen en moeten ook verschillen op het gebied van godsdienst, filosofie en wetenschap, maar we moeten ieder mens laten zijn wat hij is: een menselijk wezen dat niet beter of slechter is dan elk ander menselijk wezen en daarom dezelfde aandacht verdient als ieder ander." Hij citeerde ook een mooi gebed van een joodse rabbi bij de eerstesteenlegging van het Europees dorp in Augsburg. "God, U hebt ons in de wereld gebracht om in vrede en harmonie te leven. Laat de gelukkige tijd van universele broederschap naderbij komen."

Een Nobelprijs voor een van hun confraters was voor de dominicanen een ongelooflijk grote eer. Ze straalde ook op hen af. Pater Pire heeft de financiële en morele opbrengst van zijn prijs dubbel en dik doen renderen. Hij hanteerde het motto: 'De Nobelprijs betekent niet het einde van een carrière, maar een begin'. In 1960 stichtte hij in Tihange de Université de Paix, een centrum voor bezinning en vorming voor jongeren. Aan de basis ervan ligt de idee dat je kunt leren hoe je vrede moet stichten: in een gezin, op school, in de buurt waar je woont, in de relaties met mensen en groepen die verschillen in taal en denken. Je moet de conflicten leren onderkennen die mensen tegen elkaar opzetten en hun oorzaken op het spoor komen. En dan moet je de kunst van het 'positieve beheer' van die conflicten leren. De methode, zei pater Pire, is die van de dialoog. Ook die moet je leren. "De dialoog bestaat voor iedereen hierin, dat hij voorlopig tussen haakjes zet wat hij zelf is en wat hij denkt, om te proberen het gezichtspunt van de ander te begrijpen en te waarderen, ook zonder het te delen."

De Vredesuniversiteit heeft nu haar zetel in Namen. Elk jaar organiseert ze een hele reeks lessen. Toen pater Pire nog leefde, kon ze zonder veel moeite sprekers met een bekende naam uitnodigen. Nu steunt ze hoofdzakelijk op een vaste groep medewerkers.

Vredeseilanden

De laatste en intussen sterkst ontwikkelde stichting van pater Pire waren de Iles de Paix. In 1962 legde hij de fundamenten voor het eerste vredeseiland in Gohira, Bangladesh. Zo'n eiland zag hij als een lokale, relatief kleine en homogene gemeenschap die over alles beschikt wat nodig is om zelfstandig en welvarend te leven. Dat was Pire's opvatting van ontwikkelingshulp. We moeten de mensen helpen om zichzelf te helpen. "Als je iemand een vis geeft, kan hij één dag zijn honger stillen. Maar leer hem vissen en hij zorgt zelf zijn leven lang voor eten."

De actie voor vredeseilanden bestaat nu veertig jaar. Tot 198O was ze een Belgische organisatie, die toen acht projecten beheerde. In dat jaar heeft de Nederlandstalige afdeling zich de Iles de Paix losgemaakt en is ze een zelfstandige ontwikkelingsorganisatie geworden die zich met enige nadruk 'pluralistisch' noemde. Aanvankelijk bleef ze werken voor de overkoepelende projecten, maar vanaf 1985 is ze begonnen met eigen projecten in Afrika. Op haar weg ontmoette ze COOPIBO, de Coöperatie Internationale Bouworde, die zich in 1976 had afgescheiden van de Internationale Bouworde die gegroeid is in de schoot van Oospriesterhulp. COOPIBO concentreert haar werking op duurzame landbouw, in Vlaanderen zowel als in Derde-Wereldlanden. Tijde de Rwandacrisis in 1994-'95 hebben de twee organisaties een operationele samenwerking opgezet, die drie jaar later uitgemond is in een versmelting van beide. Zo hebben volgelingen van pater Pire en van de spekpater elk langs eigen wegen elkaar gevonden en de handen in mekaar geslagen.

Op dit ogenblik werkt Vredeseilanden in 13 landen plus Vlaanderen. De organisatie voert zelf geen projecten uit, ze maakt initiatieven van groepen en organisaties (150 in totaal) mogelijk door hen middelen en kansen te geven om ze te realiseren. Het zwaartepunt van de werking ligt in Centraal-Afrika. In Vlaanderen heeft Vredeseilanden een indrukwekkend netwerk van honderden vrijwillige medewerkers uitgebouwd.

Een levend erfgoed

Dominique Pire is, in 1969, veel te jong gestorven. Hij was nog geen zestig jaar oud. Maar zijn geest blijft jonger dan ooit voortleven in de werken ten dienste van de vrede die hij heeft overgedragen aan zijn talloze erfgenamen die zich die zijn inspiratie zichtbaar en vruchtbaar gestalte geven. Bouwen aan de vrede, zei pater Pire, is een werk van lange adem, zoals de processie van Echternach: drie stappen voorwaarts en twee achterwaarts. Het komt er op aan altijd voort een derde stap te zetten.

Bronnen

H. Vehenne, en A. Mesritz, Leven en gesprekken van E.P. Dominique Pire, nobelprijs voor de vrede, Brussel, 1959
D. Pire, Bouwen aan de vrede, Amsterdam/Brussel, 1968 (verschenen in het Frans en ook vertaald in het Duits, Engels, Deens, Spaans, Portugees, Italiaans, Japans, Zweeds en Noors)

B.J. De Clercq o.p.