Dominicaans leven 2004/3

Vrouwen, theologie en prediking

Op de bijeenkomst van de algemene oversten van de dominicanessen in Caleruega (zie Dominicaans leven 2004/2) heeft Antonieta Potente de meer dan 100 deelnemers geboeid en ook uitgedaagd met een tweevoudige lezing over de verkondiging in al haar vormen door vrouwen.
Antonieta Potente is een Italiaanse dominicanes die doceert aan een Latijns-Amerikaanse hogeschool.
Hierna volgt een bloemlezing uit haar betoog.

 


Herinnering en heimwee

Eeuwenlang zijn wij, vrouwen, ver van theologie en prediking verwijderd gebleven. Tenminste officieel, want subtiele ongehoorzaamheid heeft ons geleerd dat Gods mysterie ook ons nabij is en dat we het niet alleen konden aanraken maar ook uitleggen. Spreken over theologie en prediking vanuit het gezichtspunt van vrouwen wekt in ons een diep heimwee, maar voedt tegelijk een diepe vreugde. We moeten niet spreken over een thema, maar veeleer over onszelf, over iets dat van ons is en deel uitmaakt van ons leven. Ons diepste verlangen doen ontwaken: opnieuw het woord nemen.

Een band met Gods mysterie werd ons niet ontzegd. Maar in de mannenwereld zag men het als alleen een sentimenteel, emotioneel en fysiek contact met het leven. Een reflexief contact werd niet erkend, en dus ook niet dat we in staat waren het te overdenken en door prediking mee te delen. Toch hebben we altijd bestaan, als vrouwen en moeders, vanzelfsprekend, maar ook als leerlingen en profeten: personen die het Woord beluisterden en verstonden en er ook over preekten. Blader maar eens in de bijbel en kijk naar de kerkgeschiedenis.
Dit alles roep ik even in herinnering, nu sinds een aantal jaren vrouwen het woord hebben genomen, dikwijls zonder aan iemand toestemming te vragen. Voor mij zit er ook zelfkritiek in deze herinnering. Als vrouwelijke dominicanen hebben we ons te gemakkelijk geschikt in een passieve gehoorzaamheid aan het model dat anderen ons hebben opgelegd, een model dat niet strookt met onze roeping van predikers. We zijn er niet voldoende in geslaagd onze solidariteit waar te maken met de vele vrouwen die het woord hebben genomen. Die herinnering moet ons aansporen het thema van theologie en prediking met een scherper bewustzijn aan de orde te stellen, gemotiveerd ook door het voorbeeld, de ondervinding en de prediking van andere vrouwen.

Een wijze van gelovig leven

Aan theologie doen en preken op de wijze van vrouwen, is dat anders dan dat mannen het doen en altijd gedaan hebben? Is 'feministische' theologie een eigen soort theologie? Ik weet het eigenlijk niet. Het eerste dat ik wil zeggen is dat theologische arbeid niet zozeer een apart beroep is maar een aspect van onze roeping, dus deel uitmaakt van ons leven. Wat theologie is, kunnen we ontdekken door de passie van ons leven te beschrijven: 'Waar je met je hart bent, daar is ook je schat' (zie Matteüs, 6,21). Iets van die aard moet het zijn: beschrijven waarom en voor wie ons hart trilt, wat ons onrustig maakt, wat onze geest in beslag neemt en onze ingewanden beroert, wat ons vreugde en smart doet voelen, eenzaamheid en aanwezigheid. Wat doet ons zeggen dat we lijden, dat we gelukkig zijn, wijzelf, de anderen, de mensheid en de hele schepping. En ook: waarin bestaat het lijden van God? Waarom moet ook God lijden?

De passie die ik bedoel was de drijfkracht waardoor Dominicus theoloog kon zijn zonder ooit les te geven aan een universiteit, de drijfkracht die Catharina over God deed spreken zonder dat ze kon lezen of schrijven. Het was de drijfkracht die van Thomas van Aquino een universitaire godgeleerde maakte en die zich bij zijn dood vertaalde in een oneindig heimwee waardoor hij tot het besef kwam dat al wat hij had gezegd en geschreven niets meer was dan kaf dat in de wind verwaait.

De theologie heeft in elk geval een archè, zoals men zegt in het Grieks: een begin dat ook een beginsel is. Dit begin en beginsel is het geloof. De theologische arbeid wordt geboren en ontwikkelt zich uit een levend geloof, als een trage bevalling (de arbeid van een vrouw) die zich beweegt tussen een geleidelijk leren en een stil gehoorzamen. We kunnen ook zeggen dat het begin en beginsel het mysterie is. Ik wil dit graag verduidelijken aan de hand van de Salvadoraanse theoloog Jon Sobrino. "Het mysterie kan men niet in de ogen kijken, dat is duidelijk. Maar iedereen moet voor zichzelf verklaren waarom dat onmogelijk is. Voor sommigen komt de onzichtbaarheid van het mysterie voort uit een duisternis die het verbergt. Voor anderen ligt het aan een licht dat hen verblindt. Geleidelijk aan ben ik ertoe gekomen het mysterie te zien vanuit het gezichtspunt van het licht... Voor mij heeft dit aan de theologie een cruciale eis opgelegd: alle theologische (menselijke) kennis moet gevoed worden door het mysterie." Wij baden in het mysterie. Overvloed van leven en overvloed van dood, overdadig licht van de berg Tabor en overdadig licht van de Calvarieberg die zich met elkaar vermengen en doordringen in ons persoonlijk en gemeenschappelijk leven. Vaak worden we het gewaar zonder het te kunnen zeggen, maar we kunnen het beleven en dit leven onder woorden brengen.

Met theologie bezig zijn is een wijze van gelovig leven. In die zin bestaat er geen definitie die alles zou bevatten wat wij willen zeggen als we voor onze theologische arbeid als vrouwen en vrouwelijke dominicanen proberen op te komen. Persoonlijk leg ik gaarne de band met de poëzie, of met het vermogen om te denken en spreken in verzen. Echte poëzie roept het onzegbare te voorschijn, achter haar woorden en tussen haar verzen. Ze is openbaring, zoals theologie het mysterie waarvan we leven poogt te openbaren.
We doen aan theologie niet alleen met ons verstand, maar met heel ons wezen, met ons lichaam waarin het zich bescheiden uitdrukt, met onze sensibiliteit, met onze culturele inbedding, met onze verworteling in de geschiedenis en in een bepaald volk. We doen ook aan theologie omdat we durven dromen van een andere geschiedenis en ernaar verlangen. In die zin is theologie openheid voor wat niet te voorzien is, tegendraads denken. De band tussen de theologische arbeid en de toekomst is even sterk als die van de po‰zie: alternatieve taal van de dingen en gebeurtenissen. Theologische arbeid, mogen we zeggen, is revolutionaire taal: het mysterie van God die altijd anders en groter is aan het woord laten komen.

Bediening van het Woord

Contemplatieve omgang met het mysterie geeft ons het recht om het woord te nemen. Theologie moet zich vanzelf kunnen verlengen in de arbeid van de prediking. Prediking voor een gehoor in liturgische vieringen wordt aan vrouwen officieel ontzegd. Maar preken kunnen ze op veel andere plaatsen en op andere manieren waar ze ook maar een gehoor vinden. Prediking heeft niets te maken met het doorgeven van geloofsinhouden omdat we menen dat onze toehoorders niet kennen en niet weten. Ze bestaat veeleer in oproepen van wat ze al in zich dragen, onderhuids verborgen, en wacht op ons woord om aan het licht te komen. Oproepen van het geloof, de levensadem die in iedereen aanwezig is, oproepen van het leven, maar ook van de gerechtigheid, van de diepste dromen en verlangens in ieder van ons. Het gaat om de mogelijke individuele en collectieve bevrijdingen, opgeroepen zoals in het evangelie Jezus' woord 'effeta', 'ga open', de tong van de doofstomme uit haar banden heeft bevrijd.

Al prekend vertellen wij, dominicaanse vrouwen, en voeden wij het verlangen dat anderen, vrouwen en mannen, zouden vertellen. Dat ze zouden waarnemen en zich realiseren dat alles waar het in het leven om gaat een naam heeft waaraan ze stem moeten geven. Prediking is zoals de po‰zie die, zoals Octavio Paz het zegt, de andere stem van het menselijk wezen is, de stem van alles wat sluimert in de diepte van iedere persoon.

Dit alles vereist een methodologie die men bij de dominicanen de 'studie' heeft genoemd. Ook studie is een wijze van leven, en daaraan voeden zich onze prediking en ons theologisch werk. Studie, onderzoek, verwondering, onrustig leven: we halen ons voedsel uit de geschiedenis, uit het leven, want zonder de geschiedenis en het leven zouden onze woorden en boeken dode letter zijn.
 


Ik ga niet eindigen met een besluit. Ik eindig liever met een vraag die me bekommert. Is er voor wat ik geprobeerd heb duidelijk te maken plaats in onze instellingen, in onze gemeenschappen en in de opleiding van onze jongeren?

Antonieta Potente o.p.

=> Terug  => Startpagina