Dominicaans leven 2004/2 

Rubens en de Antwerpse dominicanen

Eind 1608 keerde Rubens uit Italië terug naar Antwerpen omdat zijn broer hem gemeld had dat zijn moeder stervende was. Toen hij aankwam was ze al gestorven. Hij dacht eraan opnieuw en voorgoed naar Rome te gaan, want - zo schreef hij - "men heeft me op uiterst gunstige voorwaarden uitgenodigd". Het is mede aan de dominicanen te danken dat hij zich definitief in Antwerpen heeft gevestigd. Zij zijn toen de eersten geweest die bij hem schilderwerken hebben besteld. Waarschijnlijk heeft hij prior Ophovius van het Sint-Paulusklooster als zijn biechtvader gekozen. Hij schilderde vier schilderijen voor de kerk en acht portretten van Ophovius en ontwierp ook zijn graf. Later werd Rubens vooral de goede vriend van de Antwerpse jezuïeten. Hij had de voornaamste hand in de opluistering van de Borromaeuskerk die in 1621 werd geopend.

Van de schilderijen die Rubens voor de dominicanen maakte zijn er nu jammer genoeg nog maar twee in de kerk aanwezig. Het grote visioen van Dominicus (5,55x3,72 m.) is tijdens het Franse bewind uit de kerk geroofd en naar het Louvre in Parijs getransporteerd. Napoleon schonk het werk aan het museum van Lyon, waar het nu een van de blikvangers is. De aanbidding van de herders onderging hetzelfde lot. Nu hangt het schilderij in de O.-L.-Vrouwbasiliek in Saint-Cloud. Beter verging het Het dispuut over het Heilig Sacrament. Ook dit schilderij werd door de Fransen weggeroofd en naar het Louvre getransporteerd, maar het kon na de nederlaag van Napoleon in de Slag van Waterlo naar zijn oorspronkelijke plaats teruggebracht worden.

Het meest indrukwekkend is echter de rij van 15 panelen, boven 9 biechtstoelen, die de 15 mysteries van de rozenkrans uitbeelden. Het ensemble is in belangrijke mate te danken aan Rubens, al heeft hij zelf maar één paneel geschilderd. Tien andere schilders van de Antwerpse school hebben eraan meegewerkt. De meest bekende zijn David Teniers, Jacob Jordaens, Antoon Van Dyck. Sinds bijna 400 jaar hangt de hele reeks nog altijd op haar oorspronkelijke plaats. Alles is bekostigd door leden van de Broederschap van de rozenkrans en vermogende vrienden van het klooster.

Het schilderij van Rubens, uitbeelding van het tweede droevige mysterie: de geseling van Jezus, hangt naast dat van Teniers (Jezus' doodstrijd). Het vierde is geschilderd door Van Dyck en stelt de kruisdraging voor. De kruisdood (vijfde paneel) is een werk van Jordaens. (Zie de afbeelding hieronder: de vijf droevige mysteries).

Bewonderaars van de Sint-Pauluskerk zeggen met trots dat ze de enige ruimte in de wereld is waar zich een Rubens, een Van Dyck en een Jordaens op hun oorspronkelijke plaats bevinden.

Voornaamste bron: R. SIRJACOBS, Rubens en de mysteries van de rozenkrans. Antwerpen, 2004

De redactie

=> Terug  => Startpagina