Tom Wright — Paulus, een biografie

Ignace d'Hert

Sprekend over het jodendom (en een joodse geloofshouding)  is het goed te beseffen dat het gaat om een hele levenswijze en levensstijl. Het gaat niet om “religie” in de moderne betekenis van het woord. Het jodendom is iets wat de hele persoon en het hele leven omvat en doordringt.

In de ogen van Saulus vormden de volgelingen van Jezus aan afwijking van de overlevering van de vaderen. Daarom was Saulus (“ijveraar”) ervan overtuigd dat die beweging moest gestopt worden. Ze stond de komst van Gods koninkrijk namelijk in de weg.

Dé vraag die zich stelt is tweevoudig: 1) hoe is Saulus iemand kunnen worden die zo’n impact heeft gehad, iemand die de wereld veranderd heeft; en 2) hoe is Saulus de vervolger, kunnen veranderen in Paulus de apostel?

De opvattingen die vroeger bepalend waren voor ons geloof: wat is redding anders dan dat we later in de hemel komen;  wat is wedergeboren anders dan dat je bezield bent door de Geest en dan moet je toch een zondeloos leven leiden, enz. zijn niet die van Paulus en de christenen van de eerste eeuw. Zij hielden zich niet bezig met  het redden van “zielen” of hoe ze in de verre “hemel” konden komen. Zij richtten zich op het samenkomen van hemel en aarde in de vernieuwing van de schepping, waarbij het menselijk lichaam ook vernieuwd zou worden om in die nieuwe wereld te kunnen wonen. In die lijn ontwikkelt zich een visie  over hetgeen hier en nu gebeurt. In Paulus’ ogen is God in en door Jezus een nieuwe beweging van hemel-en-aarde begonnen, onze hoop ligt dus niet buiten deze wereld. De nieuwe historische  realiteit van hemel-en-aarde is begonnen met de komst van Jezus  en geactiveerd door de geest. Paulus geloofde dat hij op een keerpunt in de geschiedenis leefde. Zijn verkondiging van Jezus was onderdeel van het grote plan van God.

De joodse wereld van die dagen was stevig verankerd in de Grieks-Romeinse sfeer. Tarsus had daarin een lange voorgeschiedenis. Het was een stad vol  cultuur en politiek, filosofie en ambacht. Eenmaal de Romeinen de macht hadden sloten ze een deal met de  plaatselijke bevolking. Dus ook met de joden. Belangrijk was de cultus van de keizer die een quasi goddelijke status had en ook als zodanig vereerd werd. Christenen aanbaden de keizer niet maar ze baden in hun tempel tot de ene God in wie ze geloofden en ze baden er voor de keizer (als compromis). De Romeinen namen er genoegen mee. Zelf leefden ze verder volgens de voorschriften van hun traditie. Maar joden in de diaspora, verspreid over de hele wereld, voelden de druk van de omringende cultuur. De verschillen in omgaan met het culturele leven, kenmerkten  het joodse leven. Wat kon je als jood eten en met wie, met wie kon je zaken doen, met wie trouwen enz.  De spanning was voelbaar tussen een “eigen” leven waarin ze de joodse voorschriften volgden en een omgeving waarin allerlei talen, culturen en etniciteiten naast elkaar bestonden. Paulus was volledig thuis in de joodse en de niet-joodse wereld, hij kende de filosofieën van zijn dagen.

Fundamenteel voor hem was evenwel het grote verhaal van Israël, van Gods schepping, zijn verbond met het volk dat hij had bevrijd uit de slavernij van Egypte: Israël dat een licht voor de naties zou worden. In dit verbond was echter (volgens het joodse verhaal) een breuk gekomen. Elke jood van na de ballingschap die de eerste drie hoofdstukken van Genesis had gelezen, zag in één oogopslag wat de kern was van de joodse geschiedenis: mensen werden in een tuin geplaatst, luisterden niet naar de instructies en werden er uit gegooid. Elke jood die de laatste tien hoofdstukken van Deuteronomium had gelezen wist precies hoe het moest: Aanbid de ene God en doe wat hij zegt. Aanbid andere goden en je wordt  verbannen. Zie de ballingschap. Van daaruit klonken nieuwe stemmen van de profeten (Jesaja, Jeremia, Ezechïël) die spraken van een herstel. En inderdaad. Ezra en Nehemia hebben de ballingen terug gebracht. Maar de ommekeer (een echte authentieke geloofsvernieuwing) was er niet gekomen. Daaruit komt het verlangen voort naar een nieuwe exodus. Als de God van het verbond zijn belofte gestand doet dan mogen we binnenkort die nieuwe uittocht meemaken. Velen waren er van overtuigd dat het bijna zo ver was. Tempel en Tora speelden hierin een cruciale rol. De Tora werd belangrijker naarmate je verder van het beloofde land en dus van de tempel woonde. De Tora functioneerde als draagbare tempel voor vele joden die overal en toch nergens woonden. In de tempel kwamen  hemel en aarde bij elkaar, daar werd de grootse belofte zichtbaar, namelijk de vernieuwing en eenwording van hemel en aarde. Profeten hadden het perspectief levend gehouden, maar de vernieuwing was nog niet gekomen. Paulus groeide op met de verwachting dat het zeker zou gebeuren, en misschien al heel snel. Hij leerde ook wat de joden konden doen om die belofte en die hoop levend te houden. Het was van het grootste belang dat de joden zich aan de Tora hielden, tot op de letter. Tempel en Tora waren de twee grote symbolen van het joodse leven . De hele joodse gemeenschap moest zuiver blijven.

DEEL I - HET BEGIN 

  1. IJver

 De traditie spreekt van een nieuwe exodus. In exodus lezen we wat er is gebeurd en wat er nog komt. Een nieuwe exodus. Voorwaarde was dat het joodse volk niet was als de gojiem (de vreemde volkeren). Dat kon door het in ere houden van hun eigenheid. Daartoe waren o.a. de voedselwetten. De gojiem aten alles: vlees met bloed, bloed.  Joden eten alleen “rein” voedsel en weten precies hoe de dieren gedood moeten worden. Daartoe was ook de besnijdenis: de gojiem zien seks  als speelgoed, maar voor de joden is het een prachtig teken van Gods verbond met het volk. En ook de sabbat: de gojiem hebben geen ritme in hun leven, maar de joden leven wekelijks toe naar de toekomst die God heeft beloofd. Steeds weer wanneer de joden deze voorschriften vergaten gebeurden er vreselijke dingen, zoals nu ten tijde van Paulus. Eens te meer was de levenswijze vervallen tot die van de gojiem. Alleen met geweld kon de slechtheid uit Israël uitgebannen worden.

De profeten legden telkens weer uit waarom onheil de mensen trof. Omwille van de zonden van de mensen. Desnoods moet de zuiverheid van het volk met geweld worden gehandhaafd. Zie het verhaal van Bileam in Numeri 22-24. Het volk Israël is bijna aan het eind van de reis door de woestijn en komt bij het gebied van Moab. Ze kunnen het beloofde land zien liggen. Dit is slecht nieuws voor Balak, de koning van Moab. Hij huurt Bileam, een waarzegger, om Israël te vervloeken. Eerst weigert Bileam, maar hij kan het geld niet weerstaan, hij klimt op zijn ezel en gaat op weg. Maar de ezel ziet wat Bileam niet ziet. Een engel van de Heer staat op de weg, met getrokken zwaard, en de ezel verlaat het pad, gaat liggen en wil niet verder gaan. Bileam wordt kwaad en slaat het arme beest, waarop de ezel tegen hem spreekt met een menselijke stem. Bileams ogen worden geopend en hij ziet waaraan hij is ontsnapt. In plaats van Israël te vervloeken, zegent hij het volk, iets wat Balak natuurlijk niet zint.  Maar wacht, misschien lukt het op een andere manier. Laten we de vrouwen inzetten. Er waren genoeg mannen in Israël die het leven in de woestijn zat waren.  Een mooi  Moabitisch meisje zagen ze wel zitten. Maar dat betekende natuurlijk ontrouw aan God en de Tora en de eigen vrouw. Wanneer dan een jood met een Moabitisch meisje de tent ingaat, gaat Pinechas, één van de zonen van Aaron er achter aan en vermoordt beide met zijn speer. Het werd hem als gerechtigheid gerekend. Vergelijk Abrahams geloof als waarmerk voor het verbond met God Genesis 15. Zie ook 1 Makk.2, 51-60.. Er waren nog meer modellen van ijver. In Koningen is er Elia (1 K 18-19). En er was het jaarlijkse Chanoeka-feest en de verhalen van Judas de Makkabeeër. Hun ijver werd beloond: zelfs met de opstanding.  Dergelijke verhalen hebben wellicht tot de verbeelding van Saulus gesproken wanneer hij zag hoe de mensen (de gojiem) zich in Tarsus gedroegen.

Het gaat om het verdedigen van de leefwijze en overtuigingen van de joodse gemeenschap die zich ver houdt van de gojiem. Joden werden aangespoord hun eigenheid te verdedigen en het wordt hen als gerechtigheid aangerekend. Ook het paasfeest was daar een uiting van: de uitdrukking van de hoop op vrijheid en bevrijding van vreemde overheersers. Paulus gaat in de leer bij Gamaliël, één van de grootste rabbi’s van die tijd. Toch wel een buitengewoon privilegie. Toch zou Paulus niet Gamaliël volgen maar eerder de school van Sjammai, de strengere rabbijnenschool. Dat wil zeggen: de Tora onderhouden, eventueel met geweld. Daarom stemt Paulus ook in met de gewelddadige dood van Stefanus. Wie durft er namelijk twijfels uiten over de betekenis van de tempel; de plaats waar God zelf aanwezig is.  En dat doet Stefanus (zie Handelingen 6-7).. En dat doet ook die Jezus. Daarom vindt Paulus aanvankelijk ook dat Jezus van Nazareth het helemaal niet goed doet. Hoe zou iemand kunnen in de plaats treden van de plek waar God zelf thuishoort. Dus moest die beweging worden uitgeroeid. En dus vertrekt Saulus met de goedkeuring van de hogepriester. Een nieuwe Pinechas. Een nieuwe Elia.

  1. Damascus

Hetgeen zich onderweg naar Damascus aan Paulus heeft voorgedaan is bekend. Meestal is er sprake van een fantasierijk voorval  dat aanleiding gegeven heeft tot de voorstelling van Paulus die van zijn paard dondert door een onzichtbare instantie. De zogenaamde bekering van Paulus. Vraag is of deze typering correct is. Soms wordt het zo voorgesteld alsof Paulus van religie veranderd is: hij heeft het jodendom ingeruild voor het christendom. Zo simpel ligt het uiteraard niet. Er is vooral geen sprake van een “wissel”: het ene “out” het andere “in”. Saulus zelf ziet in elk geval geen breuk. Voor hem gaat het verhaal waarmee hij was opgegroeid gewoon door, zij het dat het op een totaal andere manier moet gelezen worden. En dat verhaal is de hoop van Israël.

Het gaat inderdaad om het oude verhaal van bevrijding (uittocht uit Egypte) dat telkens weer een nieuwe actualiteit krijgt.  Zo was ook reeds het verhaal van de ballingschap een nieuwe duiding van de vroegere boodschap. Dat ging eigenlijk terug op het verhaal van Adam en Eva die niet wilden luisteren naar God, zoals de Israëlieten ook omwille van hun afgodendienst (in Kanaän) waren gestraft. In de tijd van Saulus was het verhaal andermaal op de klippen gelopen. Want zelfs na de ballingschap besefte het volk “wij zijn nog steeds in ballingschap”. Het gaat niet om een geografische ballingschap! En toch klinkt ook dan de stem van de profetische vertroosting : “Troost, troost toch mijn volk!”: dat was de lang gekoesterde hoop, niet alleen van  Saulus, maar van duizenden joden.

We horen het opnieuw in de mond van Jesaja en Ezechiël. “Baan de weg voor de Heer, rol de rode loper uit” zegt Jesaja. Ezechiël ziet het vooral in de nieuwe tempel waarin de luister van God kan verschijnen. Er is een eeuwenlange geschiedenis van wijze mensen die verlangen en uitzien naar deze nieuwe tijd: Abraham met wie God een verbond sloot, Jakob met zijn droom van de ladder, Jozef en zijn dromen, Daniël. Dit is Saulus’ wereld. En ook hij wil Israël zuiveren van alle afgoden zodat de terugkeer van God in het volk kan bespoedigd worden. Dat is de functie van de tempel. Centraal in deze verwachting staat het visioen van Ezechiël 1, 26. De draaiende wielen en de vreemde  gezichten. Ezechiël weet niet wat hij ziet, hij durft nauwelijks zijn ogen geloven. Wat hij ziet: dat hemel en aarde opnieuw één worden, precies de reden waarom de tempel opnieuw diende gebouwd te worden.

Dit leefde heel sterk als verwachting bij de joden van de eerste eeuw. Dit is allicht wat zich in het hoofd en hart van Saulus heeft afgespeeld: de vervulling van de oude geschriften van Israël en tegelijk de afwijzing van de manier waarop hij ze tot dan toe had gelezen. God de schepper heeft Jezus van de doden opgewekt. Hij is de Messias van Israël en hij heeft gedaan wat God beloofd had te zullen doen, in eigen persoon. Saulus had zijn hele leven ingezet vol ijver voor het komen van Gods rijk, maar hij had nooit begrepen wat God eigenlijk van plan was. Nu ziet hij de betekenis van de gekruisigde Jezus van Nazareth. Dit is geen nieuwe “religie”, het is een levensstijl! In Jezus komen hemel en aarde op een nieuwe manier samen.

Bij Ananias doet Paulus de ervaring op van de nieuwe familie die ontstaat onder hen die Jezus erkennen als redder. Er gebeuren genezingen (niet altijd en overal) maar toch: ze zijn er en wanneer ze gebeuren hebben ze blijvend effect. De doop is teken van die nieuwe familie. Jezus gebruikt het beeld van de doop voor zijn aanstaande dood. Voor Paulus is de doop een krachtig teken van sterven en opstaan, als teken van de nieuwe wereld die gekomen is. Saulus krijgt dan ook de geest van Jezus. Zijn boodschap luidt dat de hoop van Israël is vervuld. De vervolger wordt de verkondiger.

  1. Arabia en Tarsus

Paulus trekt om te beginnen naar Arabia. Gedreven door de ijver die hem inspireerde via Pinechas en Elia. Arabia was het gebied van de Nabateeërs. Belangrijk gebied vooral omdat de berg Sinaï daar lag. Sinaï staat symbool voor iets nieuws. Elia was ook toen hij ten einde raad was naar de Sinaï (of de Horeb in de buurt) getrokken. Daar klaagt hij zijn nood bij God: hij heeft zich met volle  overgave ingezet maar het volk luistert niet. Hij is de enige die trouw gebleven is. En dan, na de windvlaag, de aardbeving en het vuur, zegt God: “Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus”. Daar moet hij nieuwe koningen zoeken en een nieuwe profeet om hem op te volgen.

Ook Paulus onderneemt een pelgrimstocht naar de Sinaï. Hij wil weten of het verbijsterende nieuws dat hem was geopenbaard echt de vervulling was, de verrassende bedoeling van de Ene God. Saulus wilde namelijk trouw blijven aan Gods bedoeling, maar wilde zeker weten of die heel nieuwe fase echt met Jezus was doorgebroken. Dan zou de Tora in een heel nieuw licht komen te staan. En dus ging Saulus naar Damascus. Hij heeft zich wellicht herkend in de roeping van Jeremia (die voor zijn geboorte bestemd was om profeet te worden, zo ook Paulus).  Zo heeft ook Paulus zijn opdracht rechtstreeks ontvangen van de Verrezene en van niemand anders. Na een kort bezoek aan Jeruzalem gaat hij door naar Tarsus waar hij de volgende tien jaar zijn vaste basis heeft. (tussen 36 en 46). Hij is er werkzaam in het familiebedrijf als “tentenmaker”: hij werkt voor zijn onderhoud en tijdens het werk onderhoudt hij zich met passanten. Het wordt een belangrijke periode van bidden en studeren, en zoeken inzicht en naar het verband tussen Jezus, de teksten van de profeten en de psalmen. Tegelijk is er sprake van een doorn in het vlees. Tegenkanting vanwege de joden, een lichamelijke aandoening,  nachtmerries ivm Stefanus …? Onduidelijk.

We hebben meer duidelijkheid over de resultaten van zijn denkwerk. Zich verdiepend in zijn joodse geschriften ziet hij twee lijnen samenkomen. Enerzijds het verhaal van Israël met daarin de verwachting van een nieuwe koning en anderzijds dat dit Gods verhaal is. De verwachting dat God terugkomt en koning zal zijn vindt zijn vervulling in Jezus. Jezus was de verpersoonlijking van Israël en tegelijkertijd was hij de God van Israël. De grote verhalen komen samen op dit punt. De schepping en de nieuwe schepping, de oude en de nieuwe exodus,  de oude en de nieuwe tempel , ze komen allemaal in hetzelfde punt samen. Hier ontstaat geen nieuwe religie, hier ontstaat een nieuwe wereld.

Hiermee raken we een ander belangrijk inzicht van Paulus. Het betreft de relatie tussen de joden en de rest van de wereld. Zo vaak reeds speelt op de een of andere manier de ruimere wereld mee op de achtergrond. Wie aandachtig de psalmen leest zal gaandeweg merken dat het koningschap van God niet alleen de joodse  gemeenschap betreft, maar zich ruimer uitstrekt en wel naar alle volkeren. De verwachting die in psalmen en in de profeten verwoord wordt betreft de hele wereld. Hier zie je de hoop van Israël. Het is de hoop op een nieuwe wereld, niet alleen op een nieuw of gered volk. Het is de hoop op een koning die komt en die dat allemaal voor elkaar zal krijgen. Paulus moet zich hebben afgevraagd wat dit allemaal te maken heeft met de gekruisigde Messias die is opgestaan.

Hij kent namelijk ook wel de filosofische stromingen van zijn dagen. Ook stoïcisme en epicurisme hadden het over een wereldorde die het menselijk geluk zou bewerkstelligen. Paulus had echter geen bevrijding van zielen voor ogen die zouden opstijgen naar een andere wereld. Of een bestemming die enkel voor een kleine elite gold. Ook het Romeinse rijk streefde naar één samenleving die het gezag van één heer zou erkennen. Paulus geloofde dat dit alles werkelijkheid geworden was door de Messias van Israël. De gekruisigde en opgestane Jezus had afgerekend met het kwaad dat de wereld en de mensen bederft, en dat Hij begonnen was met het lang verwachte project van de nieuwe schepping. Hij wist ook dat de niet-joodse wereld in staat was goed en wijs te leven.

Paulus’ visie werd niet door alle joden gedeeld. Maar het is zijn inzicht die vrucht was van jaren gebed en studie in Tarsus. Het centrale thema is dat van de overwinning, gegrond in Pesach. Paulus zag in Tarsus nog  veel afgodentempels zoals dat vroeger het geval was. Hoe mensen in de greep waren van nepgoden of van ‘krachten’ in de natuurlijke ordening. Paulus geloofde dat door Jezus en zijn dood de Ene God alle machten overwonnen had die de wereld in hun greep hielden. Dat betekent dat alle mensen, niet alleen joden, bevrijd kunnen worden om de ene God te aanbidden.  Dat betekende dat er geen barrières meer waren tussen joden die de messias volgden en niet-joden die de messias volgden. Saulus de ijveraar verwachtte een messias die de heidense horden zou verslaan. Paulus de apostel geloofde dat de messias de duistere krachten achter al het kwaad had verslagen.

  1. Antiochië

Ergens in het begin van de jaren 40 krijgt Paulus bezoek van Barnabus. Deze had het voor Paulus opgenomen toen hij voor het eerst na Damascus in Jeruzalem was. Er was verontrustend nieuws gekomen uit Antiochië betreffende de Jezusgemeenschap aldaar. Er is sprake van een doorbraak van de scheiding tussen joden en niet-joden.  Dit was een zaak van het allerhoogste belang. Dit was nog belangrijker dan de scheiding tussen slaaf en vrije en tussen man en vrouw. Met wie je eet, en met wie niet, met wie je trouwt en met wie niet, waarom geen varkensvlees, enz.  Maar achter die sociale opvattingen schuilde ook de visie dat de joden atheïsten waren: ze vereerden geen goden, ze hadden zelfs geen beeld van god. Ze offerden niet op de feestdagen of bij de heiligdommen. Het ging niet om een theologische visie (je kon geloven wat je wilde) maar een praktisch probleem.  Anderzijds voelden bepaalde mensen zich aangesproken door het geloof in de Ene God die vrede en gerechtigheid zou brengen aan de hele wereld. Het probleem was natuurlijk wat men zou vinden van de gedachte die de Ene God zijn beloften had vervuld door een gekruisigde messias te sturen.

Antiochië huisveste mensen uit alle volkeren, culturen en godsdiensten, en er was een grote joodse gemeenschap. Het was een klassieke smeltkroes  waar elke denkbare sociale of culturele groep wel een plekje vond. Het ligt dan ook voor de hand dat de volgelingen van Jezus zowel met joden als met niet joden het goede nieuws deelden.  Ze geloofden dat de geest van Jezus in hen werkzaam was, en dat die geest de hele wereld op het oog had. Volgens de schriften zou de Messias toch de koning van heel de wereld zijn. Zou dat koninkrijk dan alleen voor de joden zijn? Aldus begonnen niet joden over Jezus te vertellen waardoor vele anderen tot geloof kwamen. Voor een aantal joden was dat een brug te ver. Eerst moest men jood worden voor men ten volle tot de Jezusgemeenschap kon behoren. Hoe konden ze anders erfgenamen zijn van de oude beloften? Wat zou anders de gemeenschappelijke basis van deze gemeenschap kunnen zijn? Het zijn vragen die blijven knagen.

Het begon er mee dat de leiders van Jeruzalem Barnabas naar Antiochië sturen.  Hij zag aan de hele levensstijl en de liefdevolle gemeenschap die er gevormd werd dat hier goddelijke genade aan het werk was. De verandering naar een gedeelde levensstijl als broeders en zusters was voor  hem teken dat de hand van God hier aan het werk was.

Maar andere joden waren het hier helemaal niet mee eens! Het gezamenlijk eten was voor hen een  breekpunt. Vooral het “breken van het brood” kon voor sommigen niet. Terwijl Barnabas  daar geen graten in zag. Voor hem waren deze heidenen die zich hadden bekend tot het geloof in Jezus  volwaardig lid van de gemeenschap. Paulus gebruikte hiervoor (voor  deze toewijding) het woord “pistis”. Dat woord kan vele betekenissen hebben. Het betekent trouw, geloof, maar voor Paulus is het een omvattende term voor geloofsovergave in vertrouwen op God en een toegewijde levensstijl. Barnabas zag hierin goddelijke genade. In het Midden Oosten van die dagen was een dergelijke gemeenschap waarin traditionele grenzen tussen cultuur, geslacht, etniciteit en sociale positie doorbroken werden volkomen onbekend. Onvoorstelbaar. Hier komt iets totaal nieuws van de grond. Een nieuwe gemeenschap die regelrecht ingaat tegen de gebruiken en gewoonten . Barnabas realiseerde zich hoe omvattend de nieuwe levensstijl was, hoe ze een hele wereld op zijn kop zette. Hij besefte dat er onderricht nodig was om het allemaal duidelijk te maken aan de nieuwe leden van deze gemeenschap. Het kwam er op aan de mensen de volle reikwijdte van deze levensstijl te doorzien; daarvoor was onderricht nodig. En hij richt zich tot Paulus.

Wilde de gemeenschap overeind blijven in deze smeltkroes van religies en culturen dan dienden ze twee dingen goed te beseffen. Ten eerste dat hun wortels zich uitstrekken tot in de joodse tradities . Ten tweede dienden ze te beseffen wat het betekent dat Jezus, die de vervulling was van de joodse Schriften is gekruisigd en opgestaan uit de dood. Wilde deze gemeenschap haar identiteit behouden dan diende ze zich grondig te verdiepen in wat de Schriften te vertellen hadden en wat Jezus voor hen betekende.

Barnabas en Paulus zetten zich samen in om hier, in Antiochië, de Jezusgemeenschap op te bouwen. Ze zijn er een jaar mee bezig.  Ze worden er christianoi genoemd: messiasmensen. Er heerst een sfeer van gebed en van verdieping  in de schriften en een oprechte onderlinge  betrokkenheid die ze ervoeren als een goddelijke kracht. Ze wisten zich geleid door de persoonlijke aanwezigheid van de Ene God.

Agabus, een profetische figuur, voorspelt een hongersnood in het hele gebied rond de Middellandse zee.  Merkwaardig is de reactie van de gemeenschap. In plaats van te hamsteren voor zichzelf kijken ze wie er binnen de gemeenschap nog harder getroffen wordt dan zij zelf. En dat zijn de volgelingen te Jeruzalem. Antiochië was de eerste plaats waar serieus gewerkt werd aan een multi-religieuze gemeenschap, en nu wordt Antiochië de eerste plaats waar de volgelingen van Jezus hun eigen, lokale gemeenschap overstijgen en zich verantwoordelijk voelen voor een andere groep.

Toch blijft Paulus bezwaard door een vraag die hem blijvend achtervolgt, of zijn “project” wel doorgang zal vinden. Hij heeft de gemeenschap gestimuleerd om één gemeenschap te vormen van joden en niet-joden samen. Toch blijft hij aarzelen omtrent het gewicht van de joodse traditie en welke rol deze nog speelt in de Jezusgemeenschap. Het wordt nog eens actueel in het geval Titus. Paulus en Barnabas hebben een jonge man Titus meegenomen die als jongeling meteen in de aandacht staat. Maar hij is Griek, niet jood, niet besneden. Paulus en Barnabus gaan er van uit dat Titus volledig deel neemt aan de maaltijden. En dàt is voor sommige jonden een probleem want hij is niet besneden. Barnabus en Paulus blijven echter op hun standpunt.  Met het nieuwe pesach van Jezus’ dood en verrijzenis is er ook een nieuwevrijheid gekomen voor zowel joden als heidenen. Het is de vrijheid om samen deel uit te  maken van de nieuwe familie. Een messiaanse werkelijkheid. De belangrijkste leiders  van Jeruzalem (Petrus, Jakobus en Johannes) voelen zich gelukkig met de houding van Paulus. Zij staan immers ook voor zuiverheid zoals die in de tempel verwacht werd. Maar nu is er een nieuwe tempel gekomen, en  ontdekken ze een nieuwe zuiverheid, en een nieuwe vrijheid. De steunpilaren reiken Paulus de hand.

DEEL II - HERAUT VAN DE KONING

  1. Cyprus en Galatië

Paulus gaat op reis om over Jezus te vertellen, niet om mensen te bekeren tot een nieuwe godsdienst, maar de nieuwe wereld kenbaar te maken die met Jezus was begonnen. Het gaat niet om de vraag hoe we in de hemel kunnen komen. Het gaat over het nieuwe leven, de nieuwe vrijheid. Het gaat over “politiek” als een motivering tot een nieuwe levensstijl die een nieuwe levenspraktijk en levensvreugde kan bewerkstelligen. Daarop zijn Paulus’ reizen gericht.

De meeste mensen in die dagen verkeerden in de mening dat we onderworpen zijn aan de macht van de afgoden: verstrikt in de neerwaartse spiraal van ontmenselijking. Dat bedoelt Paulus met de macht van de Satan (aanklager). Paulus geloofde dat Jezus van Nazareth door zijn kruisiging de macht van de duisternis was overwonnen. Hij wilde de niet-joodse mensen vertellen dat de deur van hun gevangenis open stond , dat ze zo naar buiten konden lopen. Daarmee werd meteen een heel andere relatie tussen de mens en het goddelijke geopenbaard. Mensen zijn niet zomaar onderworpen aan een ondoorzichtig en willekeurig noodlot. Paulus opent het perspectief op een levende God. Zo komt er ruimte voor een nieuwe mensheid. Dat is het goede nieuws, het evangelie dat een onomkeerbare gebeurtenis kan bewerken in het hart, het verstand, het leven van mensen. Voor de niet joden betekent dit gewoon een nieuw wereldbeeld dat ze krijgen aangereikt. De betekenis van de goden verloor zijn betekenis. Ook de keizercultus was betekenisloos. De reizen die Paulus onderneemt  weerspiegelen in hun geografische weg de politieke betekenis van zijn boodschap die Paulus in de belangrijke steden wil verkondigen. Niet de keizer, maar Jezus messias is de Heer.

De eerste reis gaat naar Cyprus. Barnabas was vandaar afkomstig en hij leidt de reis samen met Johannes Marcus en Paulus. Een zekere Barjezus, een soort magiër was er op uit om Barnabas en Paulus en hun boodschap onderuit te halen. Paulus treedt vastberaden naar voor en weerlegt het optreden van Barjezus metterdaad: het verhaal vertelt dat hij geslagen wordt met blindheid. Het is tevens de gelegenheid waarbij Saulus (naar koning Saul) zijn naam verandert in Paulus (klein van gestalte).

Het gaat verder naar Antiochië in Pisidië. Er hebben zich ondertussen problemen voorgedaan in de relatie tussen Paulus en Johannes Marcus / Barnabas, waardoor Johannes Marcus uit het gezelschap verdwijnt. Antiochië is een soort “nieuw Rome”. Een wat afgelegen plek voor oud militairen (Rome was allang overbevolkt en de gevoerde oorlogen waren talrijk: tienduizenden veteranen) maar met de allures van een  van de grootste steden in de regio. Gekenmerkt door een enorm gebouwencomplex  in dienst van een keizerlijke cultus. Hier vertelt Paulus het grote verhaal dat ook het zijne is over het oude Israël waarbij hij focust op Gods keuze voor koning David  en op de belofte dat ooit een nieuwe koning David zal komen. De hele geschiedenis (Abraham, Exodus, verovering van het land, Samuel, David) passeert aldus de revue maar eindigt op een heel onverwachte manier bij Jezus de messias die gekruisigd en opgestaan is. Hij is de vervulling van het eeuwenoude goddelijke plan.  De nieuwe David die alles en iedereen te boven gaat, zo ook de grote keizer in Rome. Daarin ziet hij de profetie van Jesaja 49, 6 in vervulling gaan: “een licht voor de volken, ten bate van alle volken ter aarde”.

De niet joden zijn zeer verheugd met deze boodschap, maar dat is niet het geval bij sommige joden. Het bezoek aan Nieuw Rome eindigt dan ook met de start van een nieuw leven voor Paulus. Voortaan zal het lijden een deel van zijn leven en van zijn zending zijn.

De reis gaat verder en passeert langs Lystra, Ikonium en Derbe. Alle drie steden voor oud veteranen.

Paulus’ optreden is gekenmerkt door enkele opvallende kenmerken. 1. Paulus gaat uit van een nieuwe wereld, een nieuwe schepping die plotseling ontstaan is, gepaard met een uitbarsting van genezingen. Zij zijn het bewijs van de nieuwe schepping  2.wat opvalt is het lijden tijdens deze reis. Paulus en Barnabas kennen veel tegenkanting, er is sprake van steniging die Paulus ternauwernood overleefd heeft. 3. Paulus is zich zeer goed bewust van de mentaliteit die heerst in deze niet-joodse religieuze cultuur. De goden zijn vlak bij de mensen. De Romeinse dichter Ovidius vertelt over de Griekse goden Zeus en Hermes die incognito over de aarde lopen.  Beide zouden opnieuw tot  leven gekomen zijn in Paulus (Hermes) en Barnabas (Zeus). Wanneer dan beide mannen door een volkstoeloop als goden vereerd worden, stellen zij zich teweer zeggend dat zij mààr mensen zijn. Paulus herinnert zich heel goed hoe de verleiding van andere godsdiensten voortdurend op de loer ligt (herinner : de Moabitische vrouwen die de Israëlitische mannen probeerden te verleiden en de ijver van Pinechas). Paulus heeft daarom een goed onderbouwde theologie nodig van God als schepper die een vergoddelijking van de natuurmachten niet kan verdragen. Daarom begint hij steeds met het verhaal over Abraham, want dat is het verhaal van de Ene God die aan de oorsprong staat, die Israël uit de slavernij van Egypte heeft bevrijd en die Jezus uit de dood heeft opgewekt. Hij is de ware zoon van David en de Heer van de wereld.

Paulus is dus geenszins de stichter van een nieuwe godsdienst. Hij houdt er aan vast dat het oude verhaal van Abraham en Mozes nu tot vervulling is gekomen. Het hart van Paulus’ boodschap is radicale messiaanse eschatologie: de langverwachte dag van God is gekomen. Jezus is de ware zoon van David, wat blijkt uit zijn opstanding. Hij vervult de beloften aan Abraham.

  1. Antiochië en Jeruzalem

Jeruzalem is het belangrijkste centrum van de Jezusbeweging.  We kennen de zuilen die de gemeenschap leiden: Jakobus, Petrus en Johannes. Het gaat nog steeds om een joodse identiteit. De jonge gemeenschap zag zichzelf als de vervulling van de oude beloften aan Israël. Er waren onderling wel verschillen maar de gedeelde verwachting betrof toch de doorbraak van het koninkrijk om een nieuwe tijd in te luiden, en dat had alles te maken met het einde van de Romeinse overheersing.  Die vraag was uiteraard veel dringender in Jeruzalem dan in de diaspora. Hier was men al tevreden wanneer men een akkoord kon sluiten waarbij de verering van de goden niet verplicht was en ook de keizer niet als een god diende vereerd te worden. De verleiding was niet denkbeeldig dat men probeerde zaken te doen met de Romeinse overheerser, waartegen de herinnering aan Pinechas scherp af stak. Toewijding aan de Ene God verdraagt geen enkel compromis. De Jezusgemeenschap in Jeruzalem leefde in de verwachting van de “laatste dagen”, wat concreet werd in het sociale experiment (de zgh gemeenschap van goederen). Maar allen geloofden  in de hoop van Israël, de hoop op goddelijke redding.  Er was weliswaar grote onenigheid over de praktische invulling van “trouw”, maar we stellen wel vast dat volgens Handelingen Petrus  de eerste is die het  taboe doorbrak en het evangelie deelde  met de niet joden en samen met hen at. Wellicht zal dat mogelijk geweest zijn, gezien de grote verscheidenheid van interpretaties die leefde bij de vele groepen. Dat betekende echter niet dat plots de hele Tora overbodig zou zijn verklaard. Toch is dat wat Paulus volgens velen verkondigde.

De discussie spitst zich toe op de kwestie van de besnijdenis. Al eeuwenlang het krachtig symbool  van het verbond : zie Gen 17. Daardoor bleef het ook symbool voor de vernieuwing  van het verbond. Het werd ook symbool van iemands trouw aan het verbond. Maar de Jezusbeweging was ook verwant met andere groepen  die beweerden dat de Tora niet zo belangrijk was. In de ogen van trouwe Joden waren dit gevaarlijke lieden, ook al omdat die groepen soms relaties aanknoopten met heidenen. In Jeruzalem wist men dat heidenen de vijanden waren. Op die manier zagen de Joden te Jeruzalem de Jezusvolgelingen steeds minder als trouwe joden.

Dan gebeuren enkele dingen . Petrus komt een poosje naar Antiochië. Omstreeks 48. In Antiochië krijgen ze bezoek van nog meer mensen uit Jeruzalem die zeggen gestuurd te zijn door Jakobus. Verder krijgt Paulus slecht nieuws over  enkele van de kleine gemeenschappen die ze hadden  gesticht in Zuid Anatolië en tenslotte is er de brief aan de Galaten die Paulus schrijft als reactie op een en ander. Paulus schrijft vanuit zijn besef geroepen te zijn als apostel bij de niet joden, de heidenen.

We weten dat Petrus akkoord ging met de gang van zaken in Antiochië, waarbij joodse en heidense gelovigen  samen als één gezin aan één en dezelfde tafel  eten.  Met de komst van de  gezanten uit Jeruzalem (wellicht de kring van Jakobus of zogezegd gedekt door zijn gezag) verandert de situatie echter. Zij staan er op dat de heidense gelovigen als ze werkelijk tot Gods familie willen behoren, besneden moeten worden. Petrus die eerst  samen met de heidenen de tafel had gedeeld komt daar, onder druk van de gezanten van de harde lijn, op terug. Het gaat hier niet om een zuiver  theologische kwestie, het gaat om een publiek zichtbare praktijk of samen eten al dan niet kan. Paulus is echter doordrongen van de diepe betekenis van de kruisdood en opstanding van Jezus als de doorbaak van een nieuwe wereld, gedragen door een nieuwe geest. Hij roept Petrus tot de orde. Zie  Gal 2, 14. In het geding is hier de status van de verbondsfamilie: of deze bepaald wordt door de joodse wetten dan wel door het geloof in Jezus de  messias. Paulus gebruikt hier andermaal de veelzeggende  term “pistis”:  geloof in zijn diverse betekenissen (inhoud en grond van geloof) maar ook touw, overgave, motivering.

De fractie van Jeruzalem was bezorgd over de vraag of er niet te gemakkelijk  mee geheuld werd met de vijand; terwijl zij hun best deden trouw te blijven aan God en de wet, om zo de komst van het koninkrijk te bespoedigen.  Paulus gaat er recht tegen in: de wet is voorafschaduwing van hetgeen in Jezus is doorgebroken: het nieuwe leven dat gestalte krijgt door de trouw aan de messias.  Als je je wil toewijden aan God en zijn wet, dan bepalen de dood en opstanding van de messias wat dat precies is. Als iemand bij die messiaanse realiteit gaat horen, is dat het enige dat telt, meer dan zijn vorige status als  jood of heiden, met alle uitwendige kenmerken die daarbij horen.

Paulus schrijft zijn brief in een complexe situatie. Het lijkt er op dat toen de gezanten van Jakobus in Antiochië aankwamen, er tegelijk ook gezanten naar Galatië gingen die ook daar de indruk wekten dat ze namens de gemeente van Jeruzalem kwamen. Ze kwamen daar met dezelfde boodschap: al die verbroedering met de heidenen moet ophouden. De heidenen vormden in de ogen van velen een belemmering voor de  komst van het koninkrijk, want daarvoor was het onderhouden van de wet een voorwaarde.

Er is natuurlijk ook de sociale druk die van de groep Jezusvolgelingen buitenbeentjes van het maatschappelijke gebeuren maakt. Want het eerste wat de bekeerde niet joden deden was zich afkeren van de afgoden die ze vereerd hadden. Op zich was dat al iets wat sociaal vervelend was. Maar ook: de volgelingen van Jezus  in Jeruzalem werden verdacht  van trouweloosheid vanwege hun houding jegens de tempel en de tora. De volgelingen van Jezus in de diaspora werden verdacht van trouweloosheid jegens de eigen plaatsgenoten en Rome zelf, omdat ze niet meer mee wilden doen aan de lokale rituelen.

In zijn brief aan de Galaten behandelt Paulus zijn visie over de tweedeling van de geschiedenis: de huidige tijd vol verdriet, schaamte, ballingschap en dood, en de toekomstige tijd waarin alles hersteld zal worden. Nu Jezus zichzelf gegeven heeft voor onze zonden is de nieuwe tijd aangebroken. Belangrijkste punten uit de brief aan de Galaten: 1) al de gebeurtenissen rond de dood en opstanding van Jezus geven aan dat de nieuwe tijd begonnen is. Ze tonen aan dat God midden de oude tijd een nieuwe schepping begonnen is. 2) het goddelijk plan dat altijd al in de schriften aanwezig is, wordt nu vervuld door de komst van het evangelie en het zendingswerk van Paulus. Het evangelie dat hij brengt is geen nep-evangelie. 3) Met dit alles is het probleem dat we van Mozes geërfd hebben omzeild. Mozes laat Israël aan het eind van Deuteronomium achter met de bedreiging van een vloek die uit loopt op de ballingschap. God gaf de tora aan Mozes als tijdelijk doel om de periode te overbruggen tot aan de vervulling van de belofte aan Abraham. Nu die belofte in vervulling is gegaan kan de Tora er niets mee aan toevoegen. Iedereen die bij de messias behoort is het “ware zaad” van  en Abraham en zal deel krijgen aan de belofte van het koninkrijk, de nieuwe schepping. 4) dit alles is tot stand gebracht door de langverwachte nieuwe exodus: weg uit slavernij, door de woestijn, enzovoort en nu uiteindelijk : God stuurt zijn zoon en zijn geest als inwoner bij de mensen. De levende God heeft eindelijk en onomkeerbaar het ene gezin gesticht dat hij altijd al voor ogen had en dat gekenmerkt wordt door pistis. Het gezin is te herkennen aan haar pistis, het messiasgeloof. 5) die ene gemeenschap eet samen aan één tafel, ondanks alle verschillen.

De spanningen zijn velerlei en hevig. Heel merkwaardig is de wil en het verlangen om samen te blijven, om op de een of andere manier de verschillen niet te laten uitmonden in verdeeldheid. Dat op zich is reeds een uniek fenomeen. Men wil tot de ene familie blijven behoren: dit is iets wat in de hele klassieke wereld zijns gelijke niet heeft. Paulus en de anderen nemen de uitdaging aan om samen te leven als één familie, zonder bloedbanden of banden met de voorouders, zonder de tastbare centrale plaats die voor de Joden Jeruzalem en de tempel innamen, zonder het centrale gezag van de keizer. Paulus was de meest onderlegde wanneer het er om ging verbanden te leggen met de Geschriften uit hun traditie en verbanden te leggen met Jezus en de nieuwe gemeenschappen die waren ontstaan. Wellicht heeft Barnabas Paulus wat tot omzichtigheid kunnen aanzetten en dus in plaats van uit te pakken met een theologische “gelijk” gewoon te vertellen over het concrete leven zoals het op verschillende plaatsen vorm had gekregen: in Galatië en in Antiochië.

Nadat de hardliners het woord hebben gevoerd en aandringen op besnijdenis van heidenen, nemen uiteindelijk Petrus en Jakobus het woord. Beide zijn heel gematigd. Petrus vertelt over zijn ontmoeting met Cornelius en hoe God duidelijk zijn geest ook aan hen had geschonken en dat het geen zin had te eisen van de bekeerde heidenen dat ze de wet van Mozes er bij zouden nemen. En ook Jakobus, die bijzondere waardering genoot, getuigt dat hij een opvallende werkzaamheid had gezien onder de nieuwe bekeerden van de geest van God. De wet van Mozes was voor de joden bedoeld, zegt hij, het heeft geen zin die ook verplichtend op te leggen aan de bekeerde heidenen. Vrij zijn van de besnijdenis betekent natuurlijk niet dat bandeloosheid gepermitteerd is en er blijven enkele restricties betreffende het offervlees en het bloed dat niet mag genuttigd worden. Maar het belangrijkste punt was opgelost.

  1. Naar Europa

We voelden reeds aan dat het in het gezelschap van Paulus, Barnabas en Johannes Marcus niet altijd koek en ei was. Er waren blijkbaar afspraken die niet altijd in orde waren, en er was natuurlijk het incident waarbij Barnabas het voorbeeld van Petrus volgde door de tafel van de heidenen te mijden. Er is blijkbaar toch iets geknakt in de relatie. Vandaar: Paulus gaat nu in zee met Silas en Timoteus. Is het dit keer inconsequentie van Paulus die eist dat Timoteus besneden wordt of is het handige diplomatiek waarbij hij joodse gevoeligheden zoveel mogelijk wil respecteren ? Bovendien weet het gezelschap zelf niet zo goed welke reisroute ze gaan volgen om het goede nieuwe te gaan brengen. Ze lijken een beetje rondjes te draaien voor ze tenslotte te keuze maken naar Filippi. Ondertussen lijkt zich ook Lucas bij het gezelschap gevoegd te hebben. Getuige de “wij” formules in de Handelingen.

Er is geen synagoge in Filippi. De eerste bekeerlinge is een zekere Lydia die handel drijft in purperstoffen en die haar hart opent voor de woorden van Paulus, samen met haar huisgenoten (Hand 16, 14). We maken er kennis met een vrouw die over een vreemde gave lijkt te beschikken van voorspellingen te kunnen doen wat behoorlijk wat geld in het laatje (van haar eigenaars) bracht. Ze roept luidop dat Paulus en de zijnen dienaren zijn van de allerhoogste God. Maar dagelijks  zo nageroepen worden  is ook niet ideaal en Paulus beveelt in Jezus’ naam dat ze moet zwijgen, wat ogenblikkelijk gebeurt. Dat zint echter de eigenaars van de waarzegster niet en ze laten Paulus en Silas in de gevangenis vast zetten. Paulus beroept zich echter op zijn Romeins burgerschap. Natuurlijk zitten we hier niet in een typisch joods milieu waar joodse gelovigen bezwaren tegen Paulus kunnen formuleren op grond van meningsverschillen betreffende de tora. Thans worden ze er van beticht ontrouw aan het Romeins gezag te promoten. Ze krijgen een rammeling in de gevangenis, maar kunnen toch op een wonderbaarlijke manier ontsnappen . Ze zingen psalmen waardoor een aardbeving ontstaat  en de gevangenisbewaarders door schrik bevangen worden.  Het begrip “redding” komt hier in verschillende betekenissen ter sprake : zowel voor Paulus en Silas, als voor de gevangenisbewaarders als voor de waarzeggende vrouw.

Vandaar naar Tessalonica. Hier is wel een synagoge en dus een joodse gemeenschap. Ook hier is er nogal wat heibel.  Sommige joden herhalen de klassieke joodse bezwaren tegen Paulus’ visie. Anderen beschouwen de christelijke belijdenis als opruiing tegen het Romeinse gezag omdat Jezus als nieuwe koning wordt geproclameerd. Vandaar trekt Paulus verder naar Athene waar hij opnieuw ten prooi is van twijfels of het allemaal de moeite wel loont, maar dan komt het gezelschap in Berea aan. Hier treft hij een joodse gemeenschap aan die rustig  de tijd neemt om met Paulus in gesprek te gaan en zijn argumenten te toetsen aan wat ze zelf gaan opzoeken en ernstig overwegen. Maar ook hier wordt de goede sfeer weer verpest door joodse hardliners die Paulus achterna zitten en blijven belagen.

Ondanks alle moeilijkheden moeten we besluiten dat er tussen Paulus en verschillende gemeenschappen hartelijke relaties gegroeid zijn in die verschillende  perioden dat hij bij hen verbleef. Paulus was niet zonder meer een vervelende onruststoker. Hij had heel zeker een duidelijke persoonlijke overtuiging waar hij stevig aan vast hield en soms kon hij hard uit de hoek komen maar dat maakt hem niet tot de ruziemaker en onruststoker zoals hij soms wordt voorgesteld.

  1. Athene

De Areopaag is een rechtbank. Paulus stond er terecht. Het is waar dat de oude heidense wereld zich tolerant opstelde ten aanzien van goden en hun aantal, maar er was toch ook wel een grens. Sommige filosofen werden inderdaad verbannen omwille van hun leer. Omdat ze de jeugd om zeep hielpen of omdat ze de stabiliteit van de samenleving in gevaar brachten of omdat ze de gunst van de goden door hun standpunten in gevaar brachten. Het is geweten dat de stoïcijnen (Seneca, Epictetus) en de epicuristen (Lucretius) de belangrijkste filosofische scholen vormden. Voor Paulus draaide het vooral om hun visie op de relatie tussen god of de goden en de wereld en het leven van de mensen. De epicuristen huldigen een atomistisch wereldbeeld. Bij de dood vallen de atomen uiteen en verdwijnen ze. De stoïcijnen daarentegen zijn pantheïst. God en de wereld zijn in wezen hetzelfde, en de goddelijke levensvonk, de logos, is in alles aanwezig. Het komt er op aan te leven in overeenstemming met de innerlijke logos van de wereld.

Paulus’ optreden (Hand 17) heeft niets te maken met “natuurlijke theologie”. Paulus is door en door joods. Hij wijst afgoderij af en ook de tempels. Maar hij is zelf zuiver joods. God is de Ene schepper van hemel en aarde. Hij zal zijn koningschap vestigen als een rijk van vrede en welvaart en hij komt op het einde oordelen bij de opstanding. Hij is de volkomen transcendente en tegelijk is hij alles en iedereen intiem nabij. Tegelijk presenteert Paulus zich als Romeins staatsburger. Hij maakt gebruik van de vele voordelen die de Romeinse samenleving biedt, zoals het uitgebreid communicatienetwerk; de mogelijkheid van reizen te ondernemen, de mogelijkheid zich te verdedigen tegen zijn aanklagers. Verder bedient hij zich van bepaalde Griekse termen die ook onder filosofen circuleerden, maar die hij een eigen invulling geeft: pneuma, eikon theou: begrippen die hem toelaten zijn geloofsvisie verder uit  te bouwen. Hij weet die termen vooral in een ander globaal kader te plaatsen waardoor ze inderdaad een andere betekenis krijgen.

“Aan de onbekende God”.  Het is onwetendheid zegt Paulus. Hij ontwikkelt geen natuurlijke theologie! De ware God is niet door mensenhanden gemaakt.  De Ene God is schepper van alles en allen, van alle volken voor wie hij een plaats bepaalt op de aarde. God staat buiten de wereld en toch is hij met de wereld verbonden. Toch onderscheidt hij zich van de stoïcijnen: 1)zij vonden godenbeelden geen probleem; 2)de relatie met het goddelijke wordt anders gezien. Volgens Paulus wil God dat de mensen zelf naar hem op zoek gaan. Hij verlangt een antwoord van de mens. 3)Stoïcijnen huldigen een cyclisch wereldbeeld. Paulus denkt lineair. De geschiedenis zelf gaat naar een doel: dat is de dag van de grote overwinning: de wereldwijde gerechtigheid. Paulus plaatst dan ook in dit perspectief de opstanding van Jezus en het geloof in de opstanding. Wat Paulus zegt klinkt helemaal niet Grieks, maar zijn betoog is geen onzin. Resultaat: “hij vertrok uit hun midden” (Hand 17,33): Hij kon gaan. Hij is vrijgesproken.

  1. Korinthe I

Bruisende stad met joodse gemeenschap. Paulus’ boodschap klinkt ongeloofwaardig en hij beseft het (een gekruisigde messias is een contradictio in terminis). Timoteus die hij terug naar Tessalonica had gestuurd omdat hij over problemen aldaar had gehoord, is teruggekomen, evenals Silas.

Paulus verheugt zich over de positieve houding van de gelovigen in Tessalonica. Zijn inzet heeft succes.

In zijn brief benadrukt hij een aantal thema’s: 1) het belang van seksueel geordend leven: het afscheid van de goden betekent meteen een einde aan de losbandigheid die in steden als Korinthe zo vaak voorkwam; 2) geld is er om gedeeld te worden vooral in de gemeenschap en met mensen die het nodig hebben: 3) de parousie. Paulus begrijpt dat mensen die er op rekenden tijdens hun leven nog de doorbraak van de nieuwe tijd mee te maken gefrustreerd zijn. Er zijn ook vragen omtrent mensen die reeds gestorven zijn en hoe het nu verder gaat met hen. Paulus wil mensen troosten. Het verdriet dat ze ervaren hoeft geen hopeloos verdriet te zijn, geen zwart gat zonder uitzicht. Het mag hoopvol verdriet zijn. Paulus’ visie op de parousie was anders dan deze van de stoïcijnen (eens in de zoveel duizend jaar gaat alles in de vlammen op en komt er een nieuw begin) en deze van de Romeinen (onder deze keizer is er hoop op een nieuw begin, een gouden eeuw). Het einde zal niet komen als een dief in de nacht, want u leeft niet in de duisternis. De allusie hier is op de keizers die vrede en veiligheid beloofden maar het was alleen maar een leugen. (Tiberius, Caligula, Claudius, Nero).

Het koninkrijk van God komt niet in één klap. Het komt in twee fasen. Vooreerst moeten we leren zien dat het er nu al is, maar nog niet voltooid. De dag des Heren is niet het einde van de huidige wereld met tijd en ruimte. Er zijn meerdere joodse geschriften uit deze periode waarin het over het einde van de wereld lijkt te gaan. Deze taal wordt echter gebruikt om grote wereldgebeurtenissen aan te duiden, zoals de plotse opgang of ondergang van heersers en macht, en om vervolgens aan die gebeurtenissen hun werkelijke, aan God gerelateerde betekenis toe te kennen. Paulus schrijft zijn brief toen Claudius keizer was, maar iedereen wist wat zijn voorganger Caligula had proberen te doen: als een god in Rome vereerd te worden. In tegenstelling met al die grootsprekerij benadrukt Paulus het belang van Jezusvolgelingen als “een gezin” samen te leven.

Ook hier in Korinthe krijgt Paulus af te rekenen met tegenstanders die hem beschuldigen dat hij mensen overhaalt God te eren op en wijze die in strijd is met de wet. Het gaat om een invoeging door Paulus in de geloofsbelijdenis waar hij naast ”Er is één God, de Vader.. en één Heer Jezus christus” er aan toevoegt. Dat was niet naar de zin van de joden die Jezus niet als messias of als verpersoonlijking van God zagen. Het kon mogelijk ook betekenen dat door Jezus Kurios te noemen dit als een aantasting van het Romeins gezag kan worden gezien. In  elk geval vindt de Romeinse proconsul Gallio het een intern joodse aangelegenheid en zo erkent hij dus feitelijk dat de volgelingen van Jezus als een legitieme variant op de joodse manier van leven gezien kan worden.

  1. Efeze I

Paulus klinkt bijzonder zwaarmoedig wanneer hij 2 Kor schrijft, zonder te zeggen wat er juist gebeurd is. Het lijkt om iets ernstig te gaan, iets waarvoor hij de gevangenis in moet en misschien zelfs de doodstraf verdient. Waarschijnlijk zit hij gevangen in Efeze. En vanwaar die vreemde vraag aan Filemon om een kamer voor hem voor te behouden? In elk geval  krijgt hij af te rekenen met problemen zowel in Efeze als in Korinthe. En het heeft waarschijnlijk te maken met geld, seks en afgoderij waarmee Paulus het niet eens is. Hij schrijft aan Korinthe over een zeker Apollos en Kefas. Apollos is een belangrijke Schriftgeleerde uit Alexandrië die mensen rond zich verzamelde en Jezus voorstelt als een soort tweede Johannes de doper. Kefas (Petrus) lijkt opnieuw twee groepen van elkaar te scheiden voor de maaltijd. Wanneer hij dan zelf in 53 in Korinthe komt is hij helemaal niet welkom en hij krijgt zelfs te horen dat hij volgende keer een aanbevelingsbrief moet meebrengen. Terug in Efeze krijgt hij de kans om gedurende drie maanden uitleg te geven tijdens de sabbat waar hij zijn klassiek verhaal brengt (Abraham, exodus, David, ballingschap, hoop, messias). Maar het verzet groeit en hij krijgt er zelfs 40 min 1 stokslagen.

Later gaat het dan weer goed in Efeze, zijn er opmerkelijke genezingen en hij is druk aan het verkondigen in combinatie met zijn werk. Er is zelfs een groep tovenaars die openlijk hun ongelijk komen bekennen en hun kostbare boeken verbranden.

In 1 Kor nodigt hij de gelovigen uit eschatologisch te denken. Dat wil zeggen vanuit de nieuwe tempel en dat is de nieuwe gemeente die is opgebouwd vanuit het geloof in de verrezen gekruisigde, die ten slotte alle waarden op hun kop zet. De tegenkanting die hij ervaart zowel in Efeze als in Korinthe is het resultaat van menselijke trots en dwaasheid. Ook op gebied van het offervlees is het goed niet te dogmatisch te denken en te erkennen dat er zowel zwakken als sterken zijn.

Paulus’ theologie is te verstaan als creationistisch monotheïsme. De Ene God is schepper van al wat bestaat, en één is Jezus Christus door wie alles bestaat en door wie wij leven. Daaruit leidt hij de messiaanse identiteit af. Paulus heeft zich onderworpen aan de “wet van Christus”, hij is “in Christus”. Daardoor kan hij zich thuis voelen bij joden en samen met hen aan tafel gaan en volgens hun gewoonten, net zo goed als hij aan tafel kan gaan bij heidenen en alles eten wat hem wordt voorgezet. Op die manier komt hij aan het krachtige eind van zijn 1 Kor met de hoofdstukken 12 en 14, met daartussen 1 Kor 13: het Hooglied van de liefde. En daarbij past dan als sluitstuk 1 Kor 15: het geloof in de opstanding. Liefde is de bestemming, ze is nu al aanwezig, de opstanding is daarvan de bevestiging. Alle inspanningen zijn niet vergeefs geweest.

En dan is er die diep grijpende crisis. Centraal in Efeze was het prachtig beeld van Artemis “uit de hemel neergedaald”. Geschenk van Zeus, godin van vruchtbaarheid, absoluut centraal in heel het dagelijks leven, verbonden in een  heel economisch netwerk van zilversmeden die  kleine beeldjes maakten die mensen in hun huis konden vereren en zo zeker zijn van haar bescherming. En dan is daar Paulus die het vereren van godenbeelden hekelt en verkondigt dat goden die door mensenhanden worden gemaakt geen goden zijn! Dan is het hek van de dam. Niet alleen omdat de plaatselijke handel in elkaar stort, maar omwille van de belediging aan het adres van de bevolking. De menigte barst los in een verontwaardiging zonder einde. Dit is een storm van economische verstoring, godsdienstige miskenning en aantasten van burgerlijke trots. Paulus komt in de gevangenis terecht en mag van geluk spreken dat hij geen doodstraf krijgt. Zelf ervaart hij het als een wraak van de duistere machten waartegen hij zich juist had te keer gesteld. De volgende tijd betekent bezinning waarin hij de gebeden en psalmen uit zijn joodse traditie herdenkt vanuit christologisch perspectief.

  1. Efeze II

Vanuit Efeze schrijft Paulus zijn brief aan de Filippenzen (55 ?). De christologische concentratie valt op: 2, 6-11. Paulus looft de overwinning en macht van Jezus over alle machten in de schepping. Het gedicht biedt een radicaal nieuwe visie op macht. Het lijden had Paulus nederigheid geleerd. Hij was hierdoor ook gaan nadenken over Jezus’ nederigheid waardoor hij verhoogd kon worden tot Heer. Paulus is beducht voor tegenstanders: 3,7-11:

  • de messias identificeert zich met het leven en de schandelijke dood van een slaaf
  • het gaat niet om een theorie over de messias, maar om een persoonlijke kennis
  • dit komt bijzonder tot uiting in het lijden

4,11-13: een nieuwe kracht die doorbreekt, die niet van onszelf komt, maar van God.

In de gevangenis komt Onesimus op bezoek bij Paulus. Slavernij was een structureel element inde maatschappelijke ordening. Slaaf betekende niet per se: zonder waarde of zonder waardering vanwege de “heer”. Het systeem stond helemaal niet in vraag. Paulus vraagt dan ook geen vrijspraak vanwege Filemon, ook geen excuus voor de misstap die hij heeft begaan. Hij vraagt iets nog dieper en ingrijpender: hij vraagt dat zij (Onesimus en Filemon) één worden in Christus, dat ze samen toegroeien naar het hoofd : Christus. Het vergt van beiden een intense inspanning.

Brief aan de Kolossenzen. Twee centrale begrippen: mysterie en wijsheid. De doorbraak van Gods koninkrijk is er nog niet, maar nu reeds bevroeden we Gods komen wanneer we de tempel in ere houden. Die tempel krijgt meteen ook een nieuwe invulling. Die tempel is geïnspireerd op Spreuken 8: heel de schepping is de tempel, is de werkelijkheid waarin God wil wonen. Jezus is verhoogd als Heer van alle machten en het centrum van de schepping, van de wijsheid en van het mysterie. Hij is de diepe betekenis van het menselijk bestaan: 1, 15-20.

Paulus bevestigt de gemeenschap te Kolosse in haar verbondenheid met Christus, de nieuwe werkelijkheid waar ze nu al deel van uitmaken: u bent al besneden (door kruis en opstanding van Jezus), u bent de nieuwe tempel, enz.

Brief aan de Efeziërs: bedoeld als rondzendbrief. De brief biedt eerder een globaal beeld van een gemeenschap die leeft in de spanning van het “nu reeds” en het “nog niet”. Het gedeelte over de geestelijke wapenrusting heeft het zowel over de inzet die gevraagd wordt als het het bewustzijn uitdrukt van allerlei tegenkantingen waarvoor men niet beducht moet zijn.

  1. Korinthe II

2 Kor ademt de sfeer van een diepe ontgoocheling en fundamentele onzekerheid. Enerzijds draagt Paulus de trauma’s van een gevangenschap met zich mee die niet te onderschatten zijn, anderzijds is hij diep ontgoocheld omwille van de negatieve houding van de Korintiërs die hem uit zijn psychisch evenwicht hebben gebracht. Het zou best kunnen, aldus Paulus’ overpeinzingen,  dat de Korintiërs niet begrepen hebben wat het betekent apostel te zijn. Dat moet hij dus nog eens duidelijk maken. Maar de negatieve stemming slaat dan uiteindelijk toch om omwille van Titus die brenger is van goed nieuws. zie 2 kor 7,7-9; 13-16. Wat de precieze aanleiding is geweest blijft onduidelijk, maar nu blijkt er toch een belangrijke opheldering te hebben plaats gevonden.

Paulus is niet langer meer zo zeker dat hij zelf nog de parousie zal meemaken. Naar het einde van de brief durft hij het dan ook aan zich ongeremd uit te drukken: hij roemt zich niet op zijn successen (zoals Romeinse ambtenaren of militairen graag deden zoals te zien was op publieke opschriften van geleverde prestaties). Paulus roemt zich op zijn zwakheden: 2 ko 11, 23-33. Dus op naar Korinte.

Hier schrijft hij zijn brief aan de Romeinen (57). Het wordt een theologisch stuk. Rome is tenslotte niet niks. Paulus wil de vlag van het messiaanse evangelie plaatsen op sleutelposities, daar waar een ander evangelie gewoonlijk centraal staat, namelijk het evangelie van het Romeinse rijk, van de keizer en alles wat hij gedaan heeft. Maar ook de verbanning van de joden uit Rome door keizer Claudius in 41 speelt mee. Joden hebben altijd al in een negatief daglicht gestaan bij de Romeinen, omdat ze de goden niet aanbaden (overigens met permissie van de Romeinen). Prisca en Aquila zijn dus ook gevlucht uit Rome, naar Korinte. Paulus voorziet het gevaar dat er een nieuwe generatie Jezusvolgelingen in Rome opgroeit, in de afwezigheid van joden: tussen 49 en 54, die trots was op het feit dat ze nu een geheel heidens verschijnsel geworden waren. Daarin lag het gevaar besloten dat deze nieuwe generatie zou concluderen dat de God van Jezus afscheid genomen had van de God van de joden. Het gevolg zou kunnen zijn dat de Jezusbeweging steeds meer een soort persoonlijke spiritualiteit zou gaan ontwikkelen, waarin het steeds minder ging om het koninkrijk Gods op aarde zoals in de hemel, en steeds meer om het ontwikkelen van een eigen persoonlijke spiritualiteit. Het zou dan niet langer op messiaanse eschatologie gebaseerd zijn, maar een “religie” worden die zichzelf volkomen los zou zien van de joodse religie. (Dat is precies wat zich in de tweede helft van de tweede eeuw  voordoet in de gnostiek: een religie helemaal gericht op de ontdekking van je innerlijke zelf in plaats van op redding, en die meer begaan was met persoonlijke devotie dan op openbare verkondiging).

Als de gemeenten in Rome ervan overtuigd waren dat God zich definitief had afgekeerd van het joodse volk, dan zou een vergelijkbaar probleem kunnen ontstaan tussen de verschillende huisgemeenten in Rome. Waarschijnlijk heeft Paulus verschillende afzonderlijke gemeenten op het oog die vasthouden aan eigen gewoonten zonder communicatie met andere gemeenschappen. Daarover heeft Paulus het wellicht in 14 en 15 van Rom. De situatie is anders dan in Korinte. Ook daar zijn er verschillende groepen die er verschillende meningen op nahouden, maar die toch vasthouden aan de gemeente van Korinte. Dat is nu anders in Rome. Hier gaat het om verschillende groepen die inmiddels verschillende gebruiken ontwikkeld hebben en elkaar een beetje wantrouwen. Maar Paulus wil naar Rome komen en beschouwt de stad teven als uitvalbasis voor verdere activiteiten in Spanje. Maar hij kan bezwaarlijk in Rome één of twee gemeenten bezoeken en de andere negeren. Vandaar dat hij de eenheid zo sterk aanbeveelt. Eenheid is van vitaal belang voor de samenhang van zijn werk. Wilde hij zijn boodschap kunnen verkondigen van een “nieuwe koning” Jezus, dan moest de gemeenschap die volgens die boodschap leefde, een eenheid zijn. Net zoals de Romeinse keizers het goede nieuws; evangelie   brachten, als kurios: heer  vereerd werden, als soter: redder begroet werden en vrede brachten, zo verkondigt Paulus al deze eretitels en kwaliteiten als eigenschappen van Jezus en met een fundamenteel nieuwe betekenis.

Rom 1-4. God is trouw aan het verbond dat hij met Abraham heeft gesloten. Hij had altijd al de bedoeling de schepping te herstellen die door menselijke afgoderij en zonde was bedorven. Maar nu heeft hij geopenbaard wat hij altijd al voor ogen had, de komst van Jezus messias. Hij zal een nieuwe werkelijkheid en een nieuwe familie stichten van joden en heidenen, zoals beloofd aan Abraham. Het geloof in God die de doden opwekt is hét kenmerk van het lidmaatschap van de familie van Abraham. De nadruk ligt op de verbondstrouw van God en daarmee wat van het volk verwacht wordt. De roeping van Abraham is Gods antwoord op de zonde van Adam.

Rom 5-8. Het verhaal van de geschiedenis van de mens vanaf Adam tot de messias. De nieuwe exodus, de gave van de Tora die opnieuw leidt tot slavernij. De dood van de messias en de gave van de geest doen samen waartoe de wet niet in staat was. Het opent de weg naar een totaal vernieuwde schepping. Gods verbond was altijd al een verbond van liefde.

Rom 9-11. Kern van het betoog. Het verhaal van de trouw van God aan zijn verbond met het volk die tot een climax komt in de messias van Israël. Dit verhaal kan dus nooit los gezien worden van het verhaal van Israël. Jezus is niet een nieuwe godsdienst begonnen en Paulus evenmin. Paulus waarschuwt zijn lezers dat ze zich niet moeten afzetten  tegen hun joodse wortels. God kan opnieuw enten als zij niet volharden in ongeloof (in Jezus als messias).

Rom 12-16. Gebruikelijke aanmaningen om te leven volgens de nieuwe schepping, de liefde en aan verschillende gemeenschappen om elkaar te aanvaarden (ondanks culturele verschillen : bv enkel joodse of enkele heidense gemeenschap).

  1. Opnieuw Jeruzalem

Onderweg naar Jeruzalem horen we over Paulus’ activiteit in Troas waar hij een lange toespraak houdt. Een jonge man valt door het raam naar beneden, maar wordt door Paulus weer tot leven gewekt. (Illustratie van de overtuiging dat Paulus wonderen verrichtte). Verder is er een oponthoud in Milete waar hij volgens Lucas een soort afscheidsrede houdt. Maar Paulus gaat op weg naar Jeruzalem waar hij onder meer de geldinzameling wil overhandigen. Iedereen wil Paulus ervan weerhouden naar Jeruzalem te gaan, maar hij wil er niet naar luisteren. Iedereen weet namelijk dat de trouwe, wetsijverige joden helemaal niet Paulus-gezind zijn. Hij relativeert de wet en de tempel en is veel te laks mbt voedsel- en reinheidsvoorschriften. Zelfs de leiders te Jeruzalem beseffen hoe gevaarlijk zijn komst is, en om de gemoederen vooraf proberen te bedaren bedenken ze een strategie om de gunst van het volk te winnen. Ze stellen voor dat Paulus om te beginnen een reinigingsritueel ondergaat in de tempel als teken van zijn positieve houding tav de joodse wet, wat hij ook doet. Maar de zeloten onder de trouwe joden doorzien de truc. De leiders hebben geen voeling met de gevoelens van het gewone volk. Paulus wordt in elkaar geslagen door de menigte. Dank zij de interventie van de Romeinse tribuun wordt hij over gebracht naar de kazerne. Paulus wil de menigte duidelijk maken dat hij helemaal niet de bedoeling heeft de wet of de tempel af te schaffen. Hij wil de messias verkondigen die de vervulling heeft gebracht. De menigte wordt woedend (22,22). Paulus beroept zich op zijn Romeins burgerschap om te ontkomen aan de geseling die hem boven het hoofd hing als gevolg van de woede van het volk. Er volgt een gebekvecht tussen Paulus en de joodse overhed, met  name met de hogepriester. De situatie is chaotisch. De Romeinse tribuun roept het sanhedrin samen. Dit is echter verdeeld: sadduceeën en farizeeën met hun verschillende opvatting over de opstanding van de doden. Paulus wordt nog maar eens afgevoerd naar de kazerne.

Er is een groep joden die een aanslag beraamt om Paulus te vermoorden. Dit plan wordt gelekt en alweer kan Paulus dank zij Romeinse bescherming ontkomen. Paulus verdedigt zich over en weer dat hij nooit tegen de joden of tegen de joodse wet is  geweest, maar integendeel de vervulling van de wet in de messias belijdt. Nog maar eens in de gevangenis, waar hij geruime tijd doorbrengt. Tot Festus, de nieuwe stadhouder de joden een plezier wil doen door het proces van Paulus in Jeruzalem te houden. Paulus vertrouwt het niet en beroept zich op de keizer.

Festus en Agrippa ontmoeten elkaar mbt Paulus. In zijn toespraak voor deze heren en hun gezelschap zegt hij nog maar eens dat hij altijd een toegewijde jood is geweest en gebleven. Alleen gelooft hij dat de messias de machten van de duisternis die alle volken onderdrukken, verslagen heeft. Hij heeft de nieuwe tempel opgericht, een wereldwijde gemeenschap waarin de glorie van God woont door zijn geest. En diezelfde messias heeft nu zijn boodschappers naar de volken gestuurd om te verkondigen dat ze zich van de afgoden dienen af te keren en zich te keren naar de levende God.

In deze toespraak staat de derde beschrijving centraal van de verschijning van Jezus op de weg naar Damascus. Nogmaals herhaalt hij dat de opstanding van Jezus een nieuwe periode van de geschiedenis inluidt. Ten tweede zal de messias aan zijn eigen volk en aan de heidenen het licht verkondigen.

Paulus weet dat hij Agrippa kan beïnvloeden door in te spelen op zijn joodse achtergrond en zijn verlangen door de joden aanvaard te worden. Van Festus weet hij dat hier geen snars van begrijpt: voor hem is het gewoon een stel bizarre ideeën. Geen van beiden zien evenwel een grond om Paulus ter dood te laten brengen Maar door zijn beroep op de keizer kan het niet anders dan naar Rome te gaan.

DEEL III - DE ZEE, DE ZEE

  1. Van Caesarea naar Rome – en verder ?

Paulus gaat naar Rome. Het wordt een ware avonturentocht met allerlei spannende toestanden, met een heuse schipbreuk waarbij ze uiteindelijk in Malta terecht komen en alle passagiers (267) heelhuids gered worden ondanks de heel barre en gevaarlijke omstandigheden. Paulus lijkt wel meerdere keren zijn stem te laten horen: het is zeker niet de positie van een gevangene die hij inneemt. Hij is tenslotte ook niet veroordeeld! Hij is wel op weg naar zijn rechtspraak in Rome. In Malta blijven ze drie maanden van begin november 59 tot jan/febr 60. In Rome wordt Paulus onder huisarrest gesteld ofschoon het een heel milde vorm van arrest is waarbij het hem toegestaan is gasten te ontvangen en zijn boodschap te verkondigen. Er is in Rome een grote joodse gemeenschap en de vraag of Paulus wel een echte jood is zal hij dan ook met vuur verdedigen. Hij benadrukt dat hij een trouwe jood gebleven is , helemaal gericht op “de hoop van Israël”. Dat laatste betekent voor Paulus natuurlijk ook dat hierbij “de opstanding van de doden” ingesloten is.

Hoe de laatste jaren van Paulus verlopen zijn is moeilijk exact te achterhalen. Is Paulus omgekomen in de moordpartij die Nero onder de christenen gehouden heeft naar aanleiding van de brand in Rome in 64? Heeft zijn gevangenschap langer geduurd en heeft hij toch nog demogelijkheid gehad op reis te gaan naar het westen: naar Spanje ? Het is zeker niet onmogelijk. Of is hij nog naar het oosten uitgeweken: het is niet helemaal uitgesloten. Voor geen enkele hypothese zijn er evenwel sluitende bewijzen.

  1. Paulus blijft uitdagen …

Voor Paulus is Jezus altijd weer het begin. Jezus was de verbijsterende vervulling van de hoop van Israël. Hij was de ware mens, het enig ware beeld van God. Zonder afstand te doen van het monotheïsme kon je Jezus aanbidden en aanroepen. Jezus is geen aanvulling maar vervulling. Hij is gekomen om het leven van mensen vol te maken van het leven van God. In de ogen van de joden betekent dat dat Jezus de beloofde tempel is, de  plek waar hemel en aarde bij elkaar komen. Paulus geloofde dat het snel zou komen,  dat deze kapotte wereld gered zou worden uit slavernij en dood en nieuw leven zou krijgen. Vandaar de urgentie die er mee gemoeid was.

Toch gaat het niet om het einde van de wereld, zoals wij ons dat voorstellen. Paulus’ eschatologische uitspraken klinken zo dringend omdat deze lang verwachte gebeurtenis  in principe op elk moment kan plaats vinden. Niettemin verwachtten ze het einde van de tempel van Jeruzalem. Dit gebeuren wijst vooruit naar de uiteindelijke vernieuwing van hemel en aarde .  En dit is allemaal gebeurd in Jezus’ dood en verrijzenis en het zal gebeuren in de toekomst bij zijn terugkeer. In de tussentijd geeft God ons zijn geest door het woord van het evangelie dat kracht genoeg heeft om het leven te veranderen.

De mens is beelddrager van God. Hij ontvangt niet alleen genade, hij is ook zelf brenger van genade. God herstelt mensen zodat ze kunnen zien wat het evangelie doet en er de veranderende kracht van kunnen ervaren. Dit alles is “rechtvaardiging”. Een lastige term omdat die in onze oren vooral moraliserende bijklanken met zich draagt. Er is van gemoraliseer geen sprake bij Paulus. Mensen staan in het nieuwe leven, in de nieuwe gemeenschap waar ze samen één familie vormen, vooral waar deze bestaat uit gelovigen uit de joden en uit de heidenen.  Op de achtergrond speelt steeds Jesaja 49 mee: de tekst over de dienaar die het licht van God aan de heidenen zal brengen. “Pistis” is een centraal begrip voor Paulus in de betekenis van trouw, maar evenzeer van overgave  en toewijding, in de zin van : “dood voor de zonde maar levend voor God in Jezus Christus”.

Vanwaar het succes van Paulus

Paulus heeft enorm veel energie. Hij zit niet stil. Hij is niet bang voor lastige tegenstanders. Hij laat zich niet in de hoek duwen. Hij heeft voortdurend nieuwe projecten die hij wil waar maken.

Paulus is direct en duidelijk in zijn communicatie. Hij houdt zijn mond niet ten aanzien van Petrus wanneer deze zich niet aan de afspraken houdt. Maar ook in penibele situaties zegt hij waar het op staat. In Filippi, Efeze, Jeruzalem.

Paulus laat ook zijn kwetsbare  kant zien. Hij is altijd eerlijk. Hij verbergt zijn ontgoocheling en zijn twijfels niet. Hij heeft ook een tere kant die ter sprake komt in zijn liefde voor de gemeente.

Paulus vraagt van niemand iets te doen wat hij niet zelf heeft gedaan. Hij verbergt dan ook niet wat hij allemaal aan miserie, aan “lijden” heeft meegemaakt: stokslagen, in elkaar gebokst, gestenigd, schipbreuk, zweepslagen, enz.

Ook na 2 à 3 generaties kent hij navolging. Vooral door zijn brieven. Deze zijn origineel en krachtig.

Hij laat een door en door joods beeld zien gefocust op de messias. Hij behandelt een breed spectrum van onderwerpen en wijst op onze verantwoordelijkheid. Zijn aandacht gaat naar de nieuwe manier van leven die mogelijk is geworden dank zij de messias. En naar de nieuwe gemeenschap.

Hij spreekt van geluk dat het algemeen sociaal en politiek klimaat mee zit (Grieks als algemene taal, transportmogelijkheden dank zij de Romeinen). Maar tegelijk kan hij een boodschap brengen die een alternatief biedt voor de onderwerping aan de Romeinse keizer, namelijk de nieuwe kurios: Jezus. In plaats van de Romeinse sociale orde biedt hij een alternatief in de nieuwe gemeenschap die hem voor ogen staat: een eenheid én verscheidenheid die als rijkdom ervaren wordt. Die ook spiritueel onderbouwd wordt door zijn beeld van de gemeenschap als lichaam. Bovendien heeft zijn beeldspraak diepe historische wortels in de joodse traditie: Abraham, Isaak, Jakob, Mozes, David, enz.

De nieuwe gemeenschap is ook uitdrukkelijk naar buiten gericht zoals blijkt uit de zorg voor de armen, de zieken, het onderwijs.

Paulus is ook de man die een stevig inhoudelijk fundament meegeeft voor de uitbouw van de gemeenschap, en voor de instandhouding daarvan te midden van een wereld van goden en godinnen. Bij dit alles is hij ook een man van gebed, van contemplatie en van openheid naar de andere levensbeschouwingen.

Ten slotte en niet in het minst is hij de man van de universaliteit. Open naar de hele wereld. Open naar de heidenen. Hij sluit hierbij aan bij de profetische traditie (o.a. van Jesaja: 2, 25, 49) die zich altijd kritisch opgesteld heeft ten aanzien van een soort meerderwaardigheidsgevoel op grond van haar “uitverkoren” zijn. Paulus is zelf altijd jood gebleven, maar hij heeft ingezien op welke wijze Jezus de vervulling is van die joodse traditie. Wat tegelijk een relativering betekent van die joodse traditie, maar tegelijk vasthoudt aan het monotheïstisch godsgeloof.

 

 

 

Tags: Blog