31ste Zondag door het jaar

Auteur: Mark Butaye
Datum: 31-10-2021
Liturgische tijd: Door het jaar
Liturgische jaar: B
Jaar: 2020-2021

Onrafelbaar beminnen.                 
Markus 12, 28-34 

‘Professor, mag ik een vraag stellen?’ In volle aula, eerste jaar filosofie, begin van het academiejaar. Een nog niet aan het secundair onderwijs ontgroeide student doorbreekt heel onschuldig de denkende stiltes van zijn prof. Verrassing onder alle neofieten. Niet voor de prof : ‘Elke vraag is belangrijk, behalve deze waarmee men zichzelf in de kijker wil stellen’. Opluchting. 

Markus heeft zijn evangelie retorisch goed opgebouwd. Na de loze discussie over huwen in het hiernamaals ( Mk. 12,18-27), waarbij pedante schriftgeleerden vooral de glorie van de zon voor zichzelf opzoeken, komt nu een echte vraag aan bod. Een wetsgeleerde worstelt met het teveel aan joodse geboden: kan ik nog een boom zien in dit oerwoud ? Mijn vader kreeg als hoge ambtenaar elke dag, elke dag, het dikke staatsblad in de bus. Elke dag een nieuw pak papier. Het zou hem richting moeten geven. Ach, zegt de psalmist : ‘Te groot, te veel zijn uw gedachten God, ze gaan mij te boven’ ( ps. 139 ). Wat is er finaal echt belangrijk, wat is ondergeschikt ? Waartoe uiteindelijk dit leven ? Zo’n vraag overwegen mensen slechts nu en dan, op cruciale of begenadigde momenten. Het worden dan soms scharniermomenten. De wetsgeleerde en Jezus nemen er nu serieus de tijd voor.    

“Hoor Israël, luister.
‘Naam’ is onze God, hij alleen.
Gij moet ‘Naam’, uw God, beminnen
met al wat hart en ziel en kracht is in u.
Met uw kinderen moet gij er over spreken,
telkens opnieuw, onderweg en thuis,
bij het slapengaan en opstaan.
En wanneer uw zoon u vroeg of later vraagt:
‘Wat betekenen al die geboden ?’
laat hem dan zien :
Naam, onze God, heeft ons geleid uit het slavenhuis.(Deut. 6, 4ss.) 

Hoe kan een mens dit dagelijkse ochtend- en avondgebed niet beschouwen als een referentie ? Zoals een goede professor filosofie zal Jezus’ verwijzing naar Deuteronomium de vraagsteller nog meer aan het denken zetten. De oorspronkelijke vraag zal onvermijdelijk nieuwe oproepen. Zo zit het leven in elkaar. Niet als een lapvraag en een stopantwoord. Wel als een verder doordringen, als een wandelweg, een speuren, stilstaan en dan verder gaan. Jezus’ lijkt slechts te wijzen op een dilemma : want volgens hem zijn het eerste en het tweede gebod aan elkaar geklonken, onrafelbaar. God beminnen én de mens. Ze worden wel in die volgorde vermeld, maar staan evenwaardig naast elkaar. Wat is het voornaamste ? Is God het eerste gebod ? Is de mens het tweede ? Indien er al een volgorde zou zijn, benutten we dan niet liever voor een keer de omkering : de mens is het eerste gebod en God komt pas nadien ?

God beminnen en je naaste. Dat klinkt oerbekend. Een discours, een analyse maak ik niet en wil ik niet. Liefst zou ik daar enkele fragmenten willen aan wijden. Onrafelbaar beminnen.

Een jonge kandidaat monnik treedt in een contemplatieve abdij. Hij heeft de schoonheid en de diepte van dit leven geproefd, weet zich persoonlijk aangesproken, zoekt er God te vinden, of minstens het kader om die dichter op het spoor te komen. Hij is enthousiast, toegewijd. Er zit vuur in zijn verlangen. Denk, ter vergelijking, aan iemand die zijn grote verliefdheid gaat verbinden aan een vaste relatie. Even zot en even oprecht. Dat je zo diep geroepen, aangeraakt of aangesproken kan worden, in casu door God, overweldigt de novice. En zie. Voorbij de indrukwekkende kloosterstilte, voorbij de hoge gewijde gezangen, voorbij de arbeid, lezing en gebed, ontmoet hij vooral … ongevraagd de mede-monniken. Hij ziet hoe ze minder vurig leven dan hij wil zijn, met minder overgave. Het stoort hem.  Hij komt in de andere de mens tegen die hij niet had verwacht en die hij vooral nooit wil worden. Als hij door de gangen stapt, in de leeszaal, in zijn cel, komt hij vooral zichzelf tegen. God is er wel, maar de mens, de andere en zichzelf komen hem dwars te zitten, ze drukken, vormen een hinderpaal voor zijn verlangen. Hij zoekt God en stoot op de zichtbare, menselijke kant van de mens. Dat wordt nu zijn werkveld. Dat lees je al bij de woestijnvaders uit de eerste eeuwen en in de lange traditie die erop volgt. God willen beminnen en vrij snel voor de spiegel staan. “ Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste in het hele land?”

Een vrouw, middelbare leeftijd, zeer regelmatige zondagse gelovige, zie je plots niet meer in de viering. Later, bij een toevallige ontmoeting elders, vertelt ze waarom. Niet om zich te verontschuldigen. De zondag is nu voor haar het enige moment geworden waarop ze haar kinderen kan terugzien en hen thuis kan ontvangen. Dat wordt haar “dag des Heren”, zegt ze, “Ik wil dit voor geen geld missen”.  Heeft zij de kerk, de viering, het samen gelovig zijn achterwege gelaten met spijt ? Of is haar verhaal een alibi voor een opluchting die ze niet graag openlijk toegeeft ? Er is een waarde naar boven gekomen die zij vroeger niet kon benutten toen zij verantwoordelijk was voor hen en met dagelijkse beslommeringen bezig moest zijn. Nu kan ze ontvangen. Je hoort haar genieten. Het heeft iets verhevens, bijna sacraals… : “pak mij dit niet af !”. De mens is op de voorgrond gekomen, en nu als een feest.  Ik zei bijna : “als een godsgeschenk” – maar misschien moet ik dat zo niet zeggen. 

In een brief vanuit de gevangenis schrijft Dietrich Bonhoeffer kort voor zijn terechtstelling dit : “ Ik heb de laatste jaren steeds meer de diepe aardsheid van het christendom leren doorgronden. De christen is geen ‘homo religiosus”, maar gewoon een mens, zoals Jezus was.  Met de diepe aardsheid van het christendom bedoel ik niet de vlakke, banale aardsheid van rationalisten, bedrijvigen, gemakzuchtigen of van mensen die enkel wellust zoeken, maar de diepe, gedisciplineerde aardsheid, doortrokken van het besef van dood en opstanding. Je leert pas geloven als je midden in de aardsheid van het leven staat”.  Bonhoeffer, de ernstige godzoeker tot zijn laatste dag, was geliefd voor zijn genegenheid voor zijn cipiers. ( V.& O. blz 305 )     

Beminnen is onrafelbaar. Of beter gezegd : het wordt onrafelbaar, omdat dit werkwoord vertakt, breder wordt, wijder.

In de film ‘Sophie’s Choice” wordt de Poolse vrouw Sophie samen met haar twee kinderen door de nazi’s opgepakt en naar de akelige trein gebracht. We kennen de bestemming. Ze wordt verdacht joodse te zijn of communiste. En op het perron trekt haar mooie uiterlijk de aandacht en misschien de wellust van de nazi-kommandant. Hij lust nog best. Zij weigert. En wanneer ze in wanhoop hem achterna roept : “Ik ben geen joodse en geen communiste” keert de kommandant op zijn stappen terug. Zijn gunst aan haar : zij mag blijven leven samen met één van haar twee kinderen. Zij mag kiezen. Misschien heeft een moeder, een vader altijd een boontje méér voor één van de kinderen. Sophie kan niet, wil niet kiezen. Liefde rafel je niet uiteen.  Even sterk als die onmogelijkheid is de suggestie van Jezus: het eerste en het tweede gebod zijn jouw beide kinderen en jij beschikt over hun leven en hun dood.

Verdraagt liefde geen keuze ? Of is het net andersom : dat zij verplicht kleur te bekennen en voorrang te geven ? In zijn Regel aan de monniken schrijft Augustinus : “ De overste zal niet aan alle broeders even veel toekennen, maar aan elk naar hun behoefte”. Dit soort onevenredigheid heeft iets barmhartigs. Het vereist, zegt Jezus - volgens mij ( !!) -  dat je liefde niet kan denken, beleven, dat je geen liefde kan zijn in termen van concurrentie. Misschien enkel in termen van overdaad, van exces, van grote ruimte, van enorme omarming. Héél de wereld staat te kloppen aan de deur van de liefde. Elk met zijn eigen vraag en aanblik.

Wie aanklopt aan de deur van de liefde staat daar “in eigen naam”. Je houdt van je kinderen, van je partner, van een vriend, familie, van mensen, niet omdat zij kinderen Gods zijn, maar omdat zij het zijn en omdat zij mensen zijn.  In hen zie je iets dat groot is, iets dat zowel van hen is, als iets dat in hen nog naar buiten kan komen. In bijbelse termen : wij verwelkomen wees, weduwe en vreemdeling en dragen hen omdat in hen de menselijkheid van die mens, zijn of haar of hun diepste waarde, aan het licht moet kunnen komen.  Dat is tegelijk ons Godsvertrouwen, onze hoop op verrijzenis. 

Wat is het belangrijkste ? Het belangrijkste wordt nu : hoe te beminnen. Je kan verkeerd beminnen, te veel, bijvoorbeeld, teveel geven verstikt, of angstig, vaag weg, onregelmatig, je kan jaloers beminnen, eisend, voorwaardelijk. En precies zoals wij de mens oprecht en eerlijk – maar evenzeer verkeerd kunnen beminnen, zo kunnen wij ook God oprecht om hemzelf beminnen, of verkeerd.  De afstand en nabijheid die wij beleven naar mensen zal onvermijdelijk vorm geven aan onze verhouding tot God.  Een levendige kerkgemeenschap besteedt zorg aan de onderlinge betrokkenheid.    

Onrafelbaar beminnen.  Het verhaal gaat dat de Hebreeën, in hun tocht door de woestijn, het stoffelijke overschot van Jozef in een ark meevoerden, naast de ark van ‘De Naam’.  De voorbijgangers vroegen zich verwonderd af : “ wat hebben die twee arken te betekenen? – Wat doet de kist van die dode naast de ark van Hem die eeuwig leeft ? “

Iemand, zegt het verhaal, moet daarop geantwoord hebben : “Hij die in de ark van de dode rust heeft alles vervuld wat geschreven staat op de tafels die rusten in de ark van Hem die eeuwig leeft”.

De levende God kan alleen dàn aanwezig zijn te midden van zijn volk in de woestijn, wanneer de mummie van hem die volledig liefhad en gehoorzaamde naast hem optrekt.

Mark Butaye o.p.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  

 

 
Preek van de week

Inschrijving

Indien u iedere week een voorstel van preektekst van een dominicaan of een lekendominicaan wilt ontvangen, vragen wij u om uw inschrijving te bevestigen door te klikken op de link. Wij danken u bij voorbaat voor uw interesse in ons initiatief.

Schakel javascript in om dit formulier in te dienen

Onze preken

  • 1
  • 2

Neem contact met ons op

Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties ? Wij doen ons best om u verder te helpen.

Merci d'indiquer à nouveau votre nom
Merci d'indiquer votre email Votre email n'est pas valide
Merci d'écrire un message